Bosko

Today's Readings

The Scripture readings appointed for today, with the full text in your language. Follow the daily readings for your tradition, every morning, in the Bosko app.

Morning Prayer — First Lesson

Proverbs 15

Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit. De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest. Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen. In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte. De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo. Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen. De weg der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar dien, die de gerechtigheid najaagt, zal Hij liefhebben. De tucht is onaangenaam voor dengene die het pad verlaat; en die de bestraffing haat, zal sterven. De hel en het verderf zijn voor den HEERE; hoeveel te meer de harten van des mensenkinderen? De spotter zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wijzen. Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen. Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden. Al de dagen des bedrukten zijn kwaad; maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd. Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij. Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij. Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen. De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is wel gebaand. Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder. De dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen. De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan. Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd! De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden. Het huis der hovaardigen zal de HEERE afrukken; maar de landpale der weduwe zal Hij vastzetten. Des bozen gedachten zijn den HEERE een gruwel; maar der reinen zijn liefelijke redenen. Die gierigheid pleegt, beroert zijn huis; maar die geschenken haat, zal leven. Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten. De HEERE is ver van de goddelozen; maar het gebed der rechtvaardigen zal Hij verhoren. Het licht der ogen verblijdt het hart; een goed gerucht maakt het gebeente vet. Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten. Die de tucht verwerpt, die versmaadt zijn ziel; maar die de bestraffing hoort, krijgt verstand. De vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eer.

Morning Prayer — Second Lesson

Luke 15

En al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen. En de Farizeen en de Schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen. En Hij sprak tot hen deze gelijkenis, zeggende: Wat mens onder u, hebbende honderd schapen; en een van die verliezende, verlaat niet de negen en negentig in de woestijn, en gaat naar het verlorene, totdat hij hetzelve vinde? En als hij het gevonden heeft, legt hij het op zijn schouders, verblijd zijnde. En te huis komende, roept hij de vrienden en de geburen samen, zeggende tot hen: Weest blijde met mij; want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben. Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij een penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt? En als zij dien gevonden heeft, roept zij de vriendinnen en de geburinnen samen, zeggende: Weest blijde met mij; want ik heb den penning gevonden, dien ik verloren had. Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert. En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed. En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk. En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden. En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden. En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien. En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger! Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u; En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen. En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem. En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden. Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten; En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn. Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn. En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei, En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn. En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft. Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem. Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn. Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht. En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe. Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.

Evening Prayer — First Lesson

Proverbs 16

De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE. Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten. Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden. De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook den goddeloze tot den dag des kwaads. Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn. Door goedertierenheid en trouw wordt de misdaad verzoend; en door de vreze des HEEREN wijkt men af van het kwade. Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen. Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht. Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang. Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht. Een rechte waag en weegschaal zijn des HEEREN; alle weegstenen des zaks zijn Zijn werk. Het is der koningen gruwel goddeloosheid te doen; want door gerechtigheid wordt de troon bevestigd. De lippen der gerechtigheid zijn het welgevallen der koningen; en elkeen van hen zal liefhebben dien, die rechte dingen spreekt. De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen. In het licht van des konings aangezicht is leven; en zijn welgevallen is als een wolk des spaden regens. Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver! De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart. Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val. Het is beter nederig van geest te zijn met de zachtmoedigen, dan roof te delen met de hovaardigen. Die op het woord verstandelijk let, zal het goede vinden; en die op den HEERE vertrouwt, is welgelukzalig. De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen. Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid. Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen. Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente. Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods. De ziel des arbeidzamen arbeidt voor zichzelven; want zijn mond buigt zich voor hem. Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur. Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend. Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is. Hij sluit zijn ogen, om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen bijtende, volbrengt hij het kwaad. De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op den weg der gerechtigheid gevonden. De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt. Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE.

Evening Prayer — Second Lesson

Philippians 3

Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker. Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding. Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen. Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer; Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer; Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk. Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht. Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen. En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus. Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. Doch, daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen. Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt. Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn; Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken. Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.

Readings follow the 1662 Book of Common Prayer (public domain). Scripture text is in the public domain. (Statenvertaling)

Today's readings, every morning

Bosko brings the daily readings for your tradition to your day — with a reflection, the full Bible in 30 translations, and the liturgical calendar, in 18 languages.