Lezingen van de dag
De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.
Ochtendgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
They came to Ecbatana, and arrived at the house of Raguel. But Sarah met them; and she greeted them, and they her. Then she brought them into the house. Raguel said to Edna his wife, “This young man really resembles Tobit my cousin!” And Raguel asked them, “Where are you two from, kindred?” They said to him, “We are of the sons of Naphtali, who are captives in Nineveh.” He said to them, “Do you know Tobit our brother?” They said, “We know him.” Then he said to them, “Is he in good health?” They said, “He is both alive, and in good health.” Tobias said, “He is my father.” And Raguel sprang up, and kissed him, wept, blessed him, and said to him, “You are the son of an honest and good man.” When he had heard that Tobit had lost his sight, he was grieved, and wept; and Edna his wife and Sarah his daughter wept. They received them gladly; and they killed a ram of the flock, and served them meat. But Tobias said to Raphael, “Brother Azarias, speak of those things of which you talked about in the way, and let the matter be finished.” So he communicated the thing to Raguel. Raguel said to Tobias, “Eat, drink, and make merry: for it belongs to you to take my child. However I will tell you the truth. I have given my child to seven men, and whenever they came in to her, they died in the night. But for the present be merry.” And Tobias said, “I will taste nothing here, until you all make a covenant and enter into that covenant with me.” Raguel said, “Take her to yourself from now on according to custom. You are her relative, and she is yours. The merciful God will give all good success to you.” And he called his daughter Sarah, and took her by the hand, and gave her to be wife of Tobias, and said, “Behold, take her to yourself after the law of Moses, and lead her away to your father.” And he blessed them. He called Edna his wife, then took a book, wrote a contract, and sealed it. Then they began to eat. And Raguel called his wife Edna, and said to her, “Sister, prepare the other chamber, and bring her in there.” She did as he asked her, and brought her in there. She wept, and she received the tears of her daughter, and said to her, “Be comforted, my child. May the Lord of heaven and earth give you favor for this your sorrow. Be comforted, my daughter.”
Ochtendgebed — tweede lezing
En Hij begon wederom te leren omtrent de zee; en er vergaderde een grote schare bij Hem, alzo dat Hij, in het schip gegaan zijnde, nederzat op de zee; en de gehele schare was op het land aan de zee. En Hij leerde hun veel dingen door gelijkenissen, en Hij zeide in Zijn lering tot hen: Hoort toe: ziet, een zaaier ging uit om te zaaien. En het geschiedde in het zaaien, dat het ene deel zaads viel bij den weg; en de vogelen des hemels kwamen, en aten het op. En het andere viel op het steenachtige, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had. Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en omdat het geen wortel had, zo is het verdord. En het andere viel in de doornen, en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve, en het gaf geen vrucht. En het andere viel in de goede aarde, en gaf vrucht, die opging en wies; en het ene droeg dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud. En Hij zeide tot hen: Wie oren heeft om te horen, die hore. En als Hij nu alleen was, vraagden Hem degenen, die omtrent Hem waren, met de twaalven, naar de gelijkenis. En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen; Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden. En Hij zeide tot hen: Weet gij deze gelijkenis niet, en hoe zult gij al de gelijkenissen verstaan? De zaaier is, die het Woord zaait. En dezen zijn, die bij den weg bezaaid worden, waarin het Woord gezaaid wordt; en als zij het gehoord hebben, zo komt de satan terstond, en neemt het Woord weg, hetwelk in hun harten gezaaid was. En dezen zijn desgelijks, die op de steenachtige plaatsen bezaaid worden; welke, als zij het Woord gehoord hebben, terstond hetzelve met vreugde ontvangen; En hebben geen wortel in zichzelven, maar zijn voor een tijd; daarna, als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo worden zij terstond geergerd. En dezen zijn, die in de doornen bezaaid worden, namelijk degenen, die het Woord horen; En de zorgvuldigheden dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms en de begeerlijkheden omtrent de andere dingen, inkomende, verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar. En dezen zijn, die in de goede aarde bezaaid zijn, welke het Woord horen en aannemen, en dragen vruchten, het ene dertig voud, en het andere zestig voud, en het andere honderd voud. En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde? Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen. Zo iemand oren heeft om te horen, die hore. En Hij zeide tot hen: Ziet, wat gij hoort. Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u, die hoort, zal meer toegelegd worden. Want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft. En Hij zeide: Alzo is het Koninkrijk Gods, gelijk of een mens het zaad in de aarde wierp; En voorts sliep, en opstond, nacht en dag; en het zaad uitsproot en lang werd, dat hij zelf niet wist, hoe. Want de aarde brengt van zelve vruchten voort: eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar. En als de vrucht zich voordoet, terstond zendt hij de sikkel daarin, omdat de oogst daar is. En Hij zeide: Waarbij zullen wij het Koninkrijk Gods vergelijken, of met wat gelijkenis zullen wij hetzelve vergelijken? Namelijk bij een mosterdzaad, hetwelk, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het minste is van al de zaden, die op de aarde zijn. En wanneer het gezaaid is, gaat het op, en wordt het meeste van al de moeskruiden, en maakt grote takken, alzo dat de vogelen des hemels onder zijn schaduw kunnen nestelen. En door vele zulke gelijkenissen sprak Hij tot hen het Woord, naardat zij het horen konden. En zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet; maar Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder. En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde. En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het schip was; en er waren nog andere scheepjes met Hem. En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd. En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan? En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte. En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hoe hebt gij geen geloof? En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
Avondgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
When they had finished their supper, they brought Tobias in to her. But as he went, he remembered the words of Raphael, and took the ashes of the incense, and put the heart and the liver of the fish on them, and made smoke with them. When the demon smelled that smell, it fled into the uppermost parts of Egypt, and the angel bound him. But after they were both shut in together, Tobias rose up from the bed, and said, “Sister, arise, and let us pray that the Lord may have mercy on us.” And Tobias began to say, “Blessed are you, O God of our fathers, and blessed is your holy and glorious name forever. Let the heavens bless you, and all your creatures. You made Adam, and gave him Eve his wife for a helper and support. From them came the seed of men. You said, it is not good that the man should be alone. Let us make him a helper like him. And now, O Lord, I take not this my sister for lust, but in truth. Command that I may find mercy and grow old with her.” She said with him, “Amen.” And they both slept that night. Raguel arose, and went and dug a grave, saying, “Lest he also should die.” And Raguel came into his house, and said to Edna his wife, “Send one of the maidservants, and let them see if he is alive. If not, we will bury him, and no man will know it.” So the maidservant opened the door, and went in, and found them both sleeping, and came out, and told them that he was alive. Then Raguel blessed God, saying, “Blessed are you, O God, with all pure and holy blessing! Let your saints bless you, and all your creatures! Let all your angels and your elect bless you forever! Blessed are you, because you have made me glad; and it has not happened me as I suspected; but you have dealt with us according to your great mercy. Blessed are you, because you have had mercy on two that were the only begotten children of their parents. Show them mercy, O Lord. Fulfill their life in health with gladness and mercy. He commanded his servants to fill the grave. He kept the wedding feast for them fourteen days. Before the days of the wedding feast were finished, Raguel sware to him, that he should not depart till the fourteen days of the wedding feast were fulfilled; and that then he should take half of his goods, and go in safety to his father; and the rest, said he, when my wife and I die.
Avondgebed — tweede lezing
Aangaande nu de verzameling, die voor de heiligen geschiedt, gelijk als ik aan de Gemeenten in Galatie verordend heb, doet ook gij alzo. Op elken eersten dag der week, legge een iegelijk van u iets bij zichzelven weg, vergaderende een schat, naar dat hij welvaren verkregen heeft; opdat de verzamelingen alsdan niet eerst geschieden, wanneer ik gekomen zal zijn. En wanneer ik daar zal gekomen zijn, zal ik hen, die gij zult bekwaam achten door brieven, zenden, om uw gave naar Jeruzalem over te dragen. En indien het der moeite waardig mocht zijn, dat ik ook zelf reizen zou, zo zullen zij met mij reizen. Doch ik zal tot u komen, wanneer ik Macedonie zal doorgegaan zijn, (want ik zal door Macedonie gaan); En ik zal mogelijk bij u blijven, of ook overwinteren, opdat gij mij moogt geleiden, waar ik zal henenreizen. Want ik wil u nu niet zien in het voorbijgaan, maar ik hoop enigen tijd bij u te blijven, indien het de Heere zal toelaten. Maar ik zal te Efeze blijven tot den pinkster dag. Want mij is een grote en krachtige deur geopend, en er zijn vele tegenstanders. Zo nu Timotheus komt, ziet, dat hij buiten vreze bij u zij; want hij werkt het werk des Heeren, gelijk als ik. Dat hem dan niemand verachte; maar geleidt hem in vrede, opdat hij tot mij kome; want ik verwacht hem met de broederen. En wat aangaat Apollos, den broeder, ik heb hem zeer gebeden, dat hij met de broederen tot u komen zou; maar het was ganselijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen; doch hij zal komen, wanneer het hem wel gelegen zal zijn. Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk. Dat al uw dingen in de liefde geschieden. En ik bid u, broeders, gij kent het huis van Stefanas, dat het is de eersteling van Achaje, en dat zij zichzelven den heiligen ten dienst hebben geschikt; Dat gij ook u aan de zodanigen onderwerpt, en aan een iegelijk, die medewerkt en arbeidt. En ik verblijde mij over de aankomst van Stefanas, en Fortunatus, en Achaikus, want dezen hebben vervuld hetgeen mij aan u ontbrak; Want zij hebben mijn geest verkwikt, en ook den uwen. Erkent dan de zodanigen. U groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is. U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus. De groetenis met mijn hand van Paulus. Indien iemand den Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maran-atha! De genade van den Heere Jezus Christus zij met u. Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)
Lezingen van de dag, elke ochtend
In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.

