Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Wisdom 11

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

She prospered their works in the hand of a holy prophet. They journeyed through a desert without inhabitant, And in trackless regions they pitched their tents. They withstood enemies, and repelled foes. They thirsted, and they called upon you, And there was given them water out of the flinty rock, And healing of their thirst out of the hard stone. For by what things their foes were punished, By these they in their need were benefited. When the enemy were troubled with clotted blood instead of a river’s ever-flowing fountain, To rebuke the decree for the slaying of babes, You gave them abundant water beyond all hope, Having shewn them by the thirst which they had suffered how you did punish the adversaries. For when they were tried, albeit but in mercy chastened, They learned how the ungodly were tormented, being judged with wrath: For these, as a father, admonishing them, you did prove; But those, as a stern king, condemning them, you did search out. Yes and whether they were far off from the righteous or near them, they were alike distressed; For a double grief took hold on them, And a groaning at the remembrance of things past. For when they heard that through their own punishments the others had been benefited, They felt the presence of the Lord; For him who long before was cast forth and exposed they left off mocking: In the last issue of what came to pass they marveled, Having thirsted in another manner than the righteous. But in requital of the senseless imaginings of their unrighteousness, Wherein they were led astray to worship irrational reptiles and wretched vermin, You did send upon them a multitude of irrational creatures for vengeance; That they might learn, that by what things a man sins, by these he is punished. For your all-powerful hand, That created the world out of formless matter, Lacked not means to send upon them a multitude of bears, or fierce lions, Or new-created wild beasts, full of rage, of unknown kind, Either breathing out a blast of fiery breath, Or blowing forth from their nostrils noisome smoke, Or flashing dreadful sparkles from their eyes; Which had power not only to consume them by their violence, But to destroy them even by the terror of their sight. Yes and without these might they have fallen by a single breath, Being pursued by Justice, and scattered abroad by the breath of your power. But by measure and number and weight you did order all things. For to be greatly strong is your at all times; And the might of your arm who shall withstand? Because the whole world before you is as a grain in a balance, And as a drop of dew that at morning comes down upon the earth. But you have mercy on all men, because you have power to do all things, And you overlookest the sins of men to the end they may repent. For you love all things that are, And abhor none of the things which you did make; For never would you have formed anything if you did hate it. And how would anything have endured, except you had willed it? Or that which was not called by you, how would it have been preserved? But you spare all things, because they are your, O Soverign Lord, you lover of men’s lives;

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 5

En het geschiedde, als de schare op Hem aandrong, om het Woord Gods te horen, dat Hij stond bij het meer Gennesareth. En Hij zag twee schepen aan den oever van het meer liggende, en de vissers waren daaruit gegaan, en spoelden de netten. En Hij ging in een van die schepen, hetwelk van Simon was, en bad hem, dat hij een weinig van het land afstak; en nederzittende, leerde Hij de scharen uit het schip. En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen. En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid, en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen. En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde. En zij wenkten hun medegenoten, die in het andere schip waren, dat zij hen zouden komen helpen. En zij kwamen, en vulden beide de schepen, zodat zij bijna zonken. En Simon Petrus, dat ziende, viel neder aan de knieen van Jezus, zeggende: Heere! ga uit van mij; want ik ben een zondig mens. Want verbaasdheid had hem bevangen, en allen, die met hem waren, over de vangst der vissen, die zij gevangen hadden; En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen. En als zij de schepen aan land gestuurd hadden, verlieten zij alles, en volgden Hem. En het geschiedde, als Hij in een dier steden was, ziet, er was een man vol melaatsheid; en Jezus ziende, viel hij op het aangezicht, en bad Hem, zeggende: Heere! zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. En Hij, de hand uitstrekkende, raakte hem aan; en zeide: Ik wil, word gereinigd! En terstond ging de melaatsheid van hem. En Hij gebood hem, dat hij het niemand zeggen zou; maar ga heen, zeide Hij, vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, gelijk Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis. Maar het gerucht van Hem ging te meer voort; en vele scharen kwamen samen om Hem te horen, en door Hem genezen te worden van hun krankheden. Maar Hij vertrok in de woestijnen, en bad aldaar. En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en er zaten Farizeen en leraars der wet, die van alle vlekken van Galilea, en Judea, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was er om hen te genezen. En ziet, enige mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was, en zochten hem in te brengen, en voor Hem te leggen. En niet vindende, waardoor zij hem inbrengen mochten, overmits de schare, zo klommen zij op het dak, en lieten hem door de tichelen neder met het beddeken, in het midden, voor Jezus. En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven. En de Schriftgeleerden en de Farizeen begonnen te overdenken, zeggende: Wie is Deze, Die gods lastering spreekt? Wie kan de zonden vergeven, dan God alleen? Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende, antwoordde en zeide tot hen: Wat overdenkt gij in uw harten? Wat is lichter te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel? Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u, sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende. En ontzetting heeft hen allen bevangen, en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vreze, zeggende: Wij hebben heden ongelofelijke dingen gezien. En na dezen ging Hij uit, en zag een tollenaar, met name Levi, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij, alles verlatende, stond op en volgde Hem. En Levi richtte Hem een groten maaltijd aan, in zijn huis; en er was een grote schare van tollenaren, en van anderen, die met hen aanzaten. En hun Schriftgeleerden en de Farizeen murmureerden tegen Zijn discipelen, zeggende: Waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren? En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering. En zij zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeen, maar de Uwe eten en drinken? Doch Hij zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen, terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen. En Hij zeide ook tot hen een gelijkenis: Niemand zet een lap van een nieuw kleed op een oud kleed; anders zo scheurt ook dat nieuwe het oude, en de lap van het nieuwe komt met het oude niet overeen. En niemand doet nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo zal de nieuwe wijn de leder zakken doen bersten, en de wijn zal uitgestort worden, en de leder zakken zullen verderven. Maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen, en zij worden beide te zamen behouden. En niemand, die ouden drinkt, begeert terstond nieuwen; want hij zegt: De oude is beter.

Avondgebed — eerste lezing

Wisdom 12

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

For your incorruptible spirit is in all things. Wherefore you convictest by little and little those who fall from the right way, And, putting them in remembrance by the very things wherein they sin, do you admonish them, That escaping from their wickedness they may believe on you, O Lord. For verily the old inhabitants of your holy land, Hating them because they practised detestable works of enchantments and unholy rites (Merciless slaughters of children, And sacrificial banquets of men’s flesh and of blood), Confederates in an impious fellowship, And murderers of their own helpless babes, It was your counsel to destroy by the hands of our fathers; That the land which in your sight is most precious of all lands Might receive a worthy colony of God’s servants. Nevertheless even these you did spare as being men, And you sent hornets as forerunners of your army, To cause them to perish by little and little; Not that you were unable to subdue the ungodly under the hand of the righteous in battle, Or by terrible beasts or by one stern word to make away with them at once; But judging them by little and little you gave them a place of repentance, Not being ignorant that their nature by birth was evil, and their wickedness inborn, And that their manner of thought would in no wise ever be changed, For they were a seed accursed from the beginning: Neither was it through fear of any that you did leave them then unpunished for their sins. For who will say, What have you done? Or who will withstand your judgement? And who will accuse you for the perishing of nations which you did make? Or who will come and stand before you as an avenger for unrighteous men? For neither is there any God beside you that careth for all, That you might show to him that you did not judge unrighteously: Neither will king or prince be able to look you in the face to plead for those whom you have punished. But being righteous you rule all things righteously, Deeming it a thing alien from your power To condemn one that does not himself deserve to be punished. For your strength is the beginning of righteousness, And your sovereignty over all makes you to forbear all. For when men believe not that you are perfect in power, you show your strength, And in dealing with those who know it you put their boldness to confusion. But you, being sovereign over your strength, judge in gentleness, And with great forbearance do you govern us; For the power is your whenever you have the will. But you did teach your people by such works as these, How that the righteous must be a lover of men; And you did make your sons to be of good hope, Because you give repentance when men have sinned. For if on those who were enemies of your servants and due to death You did take vengeance with so great heedfulness and indulgence, Giving them times and place whereby they might escape from their wickedness; With how great carefulness did you judge your sons, To whose fathers you gave oaths and covenants of good promises! While therefore you do chasten us, you scourge our enemies ten thousand times more, To the intent that we may ponder your goodness when we judge, And when we are judged may look for mercy. Wherefore also the unrighteous that lived in folly of life You did torment through their own abominations. For verily they went astray very far in the ways of error, Taking as gods those animals which even among their enemies were held in dishonor, Deceived like foolish babes. Therefore, as to unreasoning children, you did send your judgement to mock them. But those who would not be admonished by a mocking correction as of children Shall have experience of a judgement worthy of God. For through the sufferings whereat they were indignant, Being punished in these creatures which they supposed to be gods, They saw, and recognized as the true God him whom before they refused to know: Wherefore also the last end of condemnation came upon them.

Avondgebed — tweede lezing

Galaten 5

Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. Ziet, ik Paulus zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn. En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen. Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen. Want wij verwachten door den Geest, uit het geloof, de hoop der rechtvaardigheid. Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende. Gij liept wel; wie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn? Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept. Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg. Ik vertrouw van u in den Heere, dat gij niet anders zult gevoelen; maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij. Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd. Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken! Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde. Want de gehele wet wordt in een woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven. Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt. En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet. Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet. Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet. De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid, Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven. Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet. Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen. Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.