Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Sirach 6

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

And instead of a friend become not an enemy; For an evil name will inherit shame and reproach: Even so will the sinner that has a double tongue. Exalt not yourself in the counsel of your soul; That your soul be not torn in pieces as a bull: You will eat up your leaves, and destroy your fruits, And leave yourself as a dry tree. A wicked soul will destroy him that has gotten it, And will make him a laughing stock to his enemies. Sweet words will multiply a man’s friends; And a fair-speaking tongue will multiply courtesies. Let those that are at peace with you be many; But your counselors one of a thousand. If you would get you a friend, get him by proving, And be not in haste to trust him. For there is a friend that is so for his own occasion; And he will not continue in the day of your affliction. And there is a friend that turns to enmity; And he will discover strife to your reproach. And there is a friend that is a companion at the table; And he will not continue in the day of your affliction. And in your prosperity he will be as yourself, And will be bold over your servants: If you shall be brought low, he will be against you, And will hide himself from your face. Separate yourself from your enemies; And beware of your friends. A faithful friend is a strong defence; And he that has found him has found a treasure. There is nothing that can be taken in exchange for a faithful friend; And his excellency is beyond price. A faithful friend is a medicine of life; And those who fear the Lord will find him. He that fears the Lord directs his friendship aright; For as he is, so is his neighbor also. My son, gather instruction from your youth up: And even to hoar hairs you will find wisdom. Come to her as one that plows and sows, And wait for her good fruits; For your toil will be little in the tillage of her, And you will eat of her fruits right soon. How exceeding harsh is she to the unlearned! And he that is without understanding will not abide in her. As a mighty stone of trial will she rest upon him; And he will not delay to cast her from him. For wisdom is according to her name; and she is not manifest to many. Give ear, my son, and accept my judgement, And refuse not my counsel, And bring your feet into her fetters, And your neck into her chain. Put your shoulder under her, and bear her, And be not grieved with her bonds. Come to her with all your soul, And keep her ways with your whole power. Search, and seek, and she will be made known to you; And when you have got hold of her, let her not go. For at the last you will find her rest; And she will be turned for you into gladness. And her fetters will be to you for a covering of strength, And her chains for a robe of glory. For there is a golden ornament upon her, And her bands are a riband of blue. You shall put her on as a robe of glory, And shall array you with her as a crown of rejoicing. My son, if you will, you shall be instructed; And if you will yield your soul, you will be prudent. If you love to hear, you will receive; And if you incline your ear, you will be wise. Stand you in the multitude of the elders; And whoso is wise, cleave you to him. Be willing to listen to every godly discourse; And don’t let the proverbs of understanding escape you. If you see a man of understanding, get you betimes to him, And let your foot wear out the steps of his doors. Let your mind dwell upon the ordinances of the Lord, And meditate continually in his commandments: He will establish your heart, And your desire of wisdom will be given to you.

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 12

Daarentussen als vele duizenden der schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: Vooreerst wacht uzelven voor den zuurdesem der Farizeen, welke is geveinsdheid. En er is niets bedekt, dat niet zal ontdekt worden, en verborgen, dat niet zal geweten worden. Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden. En Ik zeg u, Mijn vrienden: Vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en daarna niet meer kunnen doen. Maar Ik zal u tonen, Wien gij vrezen zult: vreest Dien, Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, vreest Dien! Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningskens? En niet een van die is voor God vergeten. Ja, ook de haren uws hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven. En Ik zeg u: Een iegelijk, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen Gods. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen Gods. En een iegelijk, die enig woord spreken zal tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen den Heiligen Geest gelasterd zal hebben, dien zal het niet vergeven worden. En wanneer zij u heenbrengen zullen in de synagogen, en tot de overheden en de machten, zo zijt niet bezorgd, hoe of wat gij tot verantwoording zeggen, of wat gij spreken zult; Want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leren, hetgeen gij spreken moet. En een uit de schare zeide tot Hem: Meester, zeg mijn broeder, dat hij met mij de erfenis dele. Maar Hij zeide tot hem: Mens, wie heeft Mij tot een rechter of scheidsman over ulieden gesteld? En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen. En Hij zeide tot hen een gelijkenis, en sprak: Eens rijken mensen land had wel gedragen; En hij overleide bij zichzelven, zeggende: Wat zal ik doen, want ik heb niet, waarin ik mijn vruchten zal verzamelen. En hij zeide: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken, en grotere bouwen, en zal aldaar verzamelen al dit mijn gewas, en deze mijn goederen; En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk. Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn? Alzo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God. En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult. Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding. Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven? Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? Indien gij dan ook het minste niet kunt, wat zijt gij voor de andere dingen bezorgd? Aanmerkt de lelien, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze. Indien nu God het gras dat heden op het veld is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, hoeveel meer u, gij kleingelovigen! En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig. Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft. Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven. Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft. Want waar uw schat is, aldaar zal ook uw hart zijn. Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende. En zijt gij den mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen. Zalig zijn die dienstknechten, welke de heer, als hij komt, zal wakende vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, en zal hen doen aanzitten, en bijkomende, zal hij hen dienen. En zo hij komt in de tweede nacht wake, en komt in de derde wake, en vindt hen alzo, zalig zijn dezelve dienstknechten. Maar weet dit, dat, indien de heer des huizes geweten had, in welke ure de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven. Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen. En Petrus zeide tot Hem: Heere! zegt Gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen? En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven? Zalig is de dienstknecht, welken zijn heer, als hij komt, zal vinden, alzo doende. Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal. Maar indien dezelve dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; en zou beginnen de knechten en de dienstmaagden te slaan, en te eten en te drinken, en dronken te worden; Zo zal de heer deszelven dienstknechts komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; en zal hem afscheiden, en zal zijn deel zetten met de ontrouwen. En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden. Maar die denzelven niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, die slagen waardig zijn, die zal met weinige slagen geslagen worden. En een iegelijk, wien veel gegeven is, van dien zal veel geeist worden; en wien men veel vertrouwd heeft, van dien zal men overvloediger eisen. Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het alrede ontstoken is? Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij! Meent gij, dat Ik gekomen ben, om vrede te geven op de aarde? Neen, zeg Ik u, maar veeleer verdeeldheid. Want van nu aan zullen er vijf in een huis verdeeld zijn, drie tegen twee, en twee tegen drie. De vader zal tegen den zoon verdeeld zijn, en de zoon tegen den vader; de moeder tegen de dochter; en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen haar schoondochter, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En Hij zeide ook tot de scharen: Wanneer gij een wolk ziet opgaan van het westen, terstond zegt gijlieden: Er komt regen; en het geschiedt alzo. En wanneer gij den zuidenwind ziet waaien, zo zegt gij: Er zal hitte zijn; en het geschiedt. Gij geveinsden, het aanschijn der aarde en des hemels weet gij te beproeven; en hoe beproeft gij dezen tijd niet? En waarom oordeelt gij ook van uzelven niet, hetgeen recht is? Want als gij heengaat met uw wederpartij voor de overheid, zo doet naarstigheid op den weg, om van hem verlost te worden; opdat hij misschien u niet voor den rechter trekke, en de rechter u den gerechtsdienaar overlevere, en de gerechtsdienaar u in de gevangenis werpe. Ik zeg u: Gij zult van daar geenszins uitgaan, totdat gij ook het laatste penningsken betaald zult hebben.

Avondgebed — eerste lezing

Sirach 7

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Do no evil, so will no evil overtake you. Depart from wrong, and it will turn away from you. My son, sow not upon the furrows of unrighteousness, And you shall not reap them sevenfold. Seek not of the Lord preeminence, Neither of the king the seat of honor. Justify not yourself in the presence of the Lord; And display not your wisdom before the king. Seek not to be a judge, Lest you be not able to take away iniquities; Lest haply you fear the person of a mighty man, And lay a stumbling block in the way of your uprightness. Sin not against the multitude of the city, And cast not yourself down in the crowd. Bind not up sin twice; For in one sin you will not be unpunished. Say not, He will look upon the multitude of my gifts, And when I offer to the Most High God, he will accept it. Be not faint-hearted in your prayer; And neglect not to give alms. Laugh not a man to scorn when he is in the bitterness of his soul; For there is one who humbles and exalts. Devise not a lie against your brother; Neither do the like to a friend. Love not to make any manner of lie; For the custom thereof is not for good. Prate not in the multitude of elders; And repeat not your words in your prayer. Hate not laborious work; Neither husbandry, which the Most High has ordained. Number not yourself among the multitude of sinners: Remember that wrath will not wait. Humble your soul greatly; For the punishment of the ungodly man is fire and the worm. Change not a friend for a thing indifferent; Neither a true brother for the gold of Ophir. Forgo not a wise and good wife; For her grace is above gold. Entreat not evil a servant that works truly, Nor a hireling that gives you his life. Let your soul love a wise servant; Defraud him not of liberty. Hast you cattle? have an eye to them; And if they are profitable to you, let them stay by you. Hast you children? correct them, And bow down their neck from their youth. Hast you daughters? give heed to their body, And make not your face cheerful toward them. Give your daughter in marriage, and you will have accomplished a great matter: And give her to a man of understanding. Hast you a wife after your mind? cast her not out: But trust not yourself to one that is hateful. Give glory to your father with your whole heart; And forget not the pangs of your mother. Remember that of them you were born: And what will you recompense them for the things that they have done for you? Fear the Lord with all your soul; And reverence his priests. With all your strength love him that made you; And forsake not his ministers. Fear the Lord, and glorify the priest; And give him his portion, even as it is commanded you; The first fruits, and the trespass offering, and the gift of the shoulders, And the sacrifice of sanctification, and the first fruits of holy things. Also to the poor man stretch out your hand, That your blessing may be perfected. A gift has grace in the sight of every man living; And for a dead man keep not back grace. Be not lacking to those who weep; And mourn with those who mourn. Be not slow to visit a sick man; For by such things you will gain love. In all your matters remember your last end, And you will never do amiss.

Avondgebed — tweede lezing

Efeziërs 6

Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht. Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte), Opdat het u welga, en dat gij lang leeft op de aarde. En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren. Gij dienstknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus; Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte; Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; Wetende, dat zo wat goed een iegelijk gedaan zal hebben, hij datzelve van den Heere zal ontvangen, hetzij dienstknecht, hetzij vrije. En gij heren, doet hetzelfde bij hen, nalatende de dreiging; als die weet, dat ook uw eigen Heere in de hemelen is, en dat geen aanneming des persoons bij Hem is. Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht. Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid; En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes; Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen. En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen; En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken. En opdat ook gij moogt weten hetgeen mij aangaat; en wat ik doe, dat alles zal u Tychikus, de geliefde broeder en getrouwe dienaar in den Heere, bekend maken; Denwelken ik tot datzelfde einde tot u gezonden heb, opdat gij onze zaken zoudt weten, en hij uw harten zou vertroosten. Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus. De genade zij met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.