Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Sirach 12

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

If you do good, know to whom you do it; And your good deeds will have thanks. Do good to a godly man, and you will find a recompense; And if not from him, yet from the Most High. There will no good come to him that continueth to do evil, Nor to him that gives no alms. Give to the godly man, And help not the sinner. Do good to one that is lowly, And give not to an ungodly man: Keep back his bread, and give it not to him, Lest he overmaster you thereby: For you will receive twice as much evil For all the good you will have done to him. For the Most High also hates sinners, And will repay vengeance to the ungodly. Give to the good man, And help not the sinner. A man’s friend will not be fully tried in prosperity; And his enemy will not be hidden in adversity. In a man’s prosperity his enemies are grieved; And in his adversity even his friend will be separated from him. Never trust your enemy: For like as the brass rusts, so is his wickedness. Though he humble himself, and go crouching, Yet take good heed, and beware of him, And you will be to him as one that has wiped a mirror, And you will know that he has not utterly rusted it. Set him not by you, Lest he overthrow you and stand in your place; Let him not sit on your right hand, Lest he seek to take your seat, And at the last you acknowledge my words, And be pricked with my sayings. Who will pity a charmer that is bitten with a serpent, Or any that come near wild beasts? Even so who will pity him that goes to a sinner, And is mingled with him in his sins? For a while he will abide with you, And if you give way, he will not hold out. And the enemy will speak sweetly with his lips, And in his heart take counsel how to overthrow you into a pit: The enemy will weep with his eyes, And if he find opportunity, he will not be satiated with blood. If adversity meet you, you will find him there before you; And as though he would help you, he will trip up your heel. He will shake his head, and clap his hands, And whisper much, and change his countenance.

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 16

En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht. En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn. En de rentmeester zeide bij zichzelven: Wat zal ik doen, dewijl mijn heer dit rentmeesterschap van mij neemt? Graven kan ik niet; te bedelen schaam ik mij. Ik weet, wat ik doen zal, opdat, wanneer ik van het rentmeesterschap afgezet zal wezen, zij mij in hun huizen ontvangen. En hij riep tot zich een iegelijk van de schuldenaars zijns heeren, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig? En hij zeide: Honderd vaten olie. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en nederzittende, schrijf haastelijk vijftig. Daarna zeide hij tot een anderen: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En hij zeide: Honderd mudden tarwe. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en schrijf tachtig. En de heer prees den onrechtvaardigen rentmeester, omdat hij voorzichtiglijk gedaan had; want de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger, dan de kinderen des lichts, in hun geslacht. En Ik zeg ulieden: Maakt uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen. Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig. Zo gij dan in den onrechtvaardigen Mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen? En zo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven? Geen huisknecht kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten, en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen, en den anderen verachten; gij kunt God niet dienen en den Mammon. En al deze dingen hoorden ook de Farizeen, die geldgierig waren, en zij beschimpten Hem. En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die uzelven rechtvaardigt voor de mensen; maar God kent uw harten; want dat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God. De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve. En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle. Een iegelijk, die zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel; en een iegelijk, die de verlatene van den man trouwt, die doet ook overspel. En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijd smarten in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen. En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis; Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging. Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen. En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren. Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.

Avondgebed — eerste lezing

Sirach 13

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

He that touches pitch will be defiled; And he that has fellowship with a proud man will become like to him. Take not up a burden above your strength; And have no fellowship with one that is mightier and richer than yourself. What fellowship shall the earthen pot have with the kettle? This will strike, and that will be dashed in pieces. The rich man does a wrong, and he threatens withal: The poor is wronged, and he will entreat withal. If you be profitable, he will make merchandise of you; And if you be in lack, he will forsake you. If you have substance, he will live with you; And he will make you bare, and will not be sorry. Hath he had need of you? then he will deceive you, And smile upon you, and give you hope: He will speak you fair, and say, What need you? And he will shame you by his meats, Until he have made you bare twice or thrice, And at the last he will laugh you to scorn: Afterward will he see you, and will forsake you, And shake his head at you. Beware that you be not deceived, and brought low in your mirth. If a mighty man invite you, be retiring, And so much the more will he invite you. Press not upon him, lest you be thrust back; And stand not far off, lest you be forgotten. Affect not to speak with him as an equal, And believe not his many words: For with much talk will he try you, And in a smiling manner will search you out. He that keeps not to himself words spoken is unmerciful; And he will not spare to hurt and to bind. Keep them to yourself, and take earnest heed, For you walk in peril of your falling. Every living creature loves his like, And every man loves his neighbor. All flesh consorts according to kind, And a man will cleave to his like. What fellowship shall the wolf have with the lamb? So is the sinner to the godly. What peace is there between the hyena and the dog? And what peace between the rich man and the poor? Wild asses are the prey of lions in the wilderness; So poor men are pasture for the rich. Lowliness is an abomination to a proud man; So a poor man is an abomination to the rich. A rich man when he is shaken is held up of his friends; But one of low degree being down is thrust away also by his friends. When a rich man is fallen, there are many helpers; He speaks things not to be spoken, and men justify him: A man of low degree falls, and men rebuke him withal; He utters wisdom, and no place is allowed him. A rich man speaks, and all keep silence; And what he says they extol to the clouds: A poor man speaks, and they say, Who is this? And if he stumble, they will help to overthrow him. Riches are good that have no sin; And poverty is evil in the mouth of the ungodly. The heart of a man changes his countenance, Whether it be for good or for evil. A cheerful countenance is a token of a heart that is in prosperity; And the finding out of parables is a weariness of thinking.

Avondgebed — tweede lezing

Filippenzen 4

Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden! Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere. En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens. Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn. En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt. En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen. Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft. Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening. Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk. Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus. Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn. Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.