Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Sirach 16

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Desire not a multitude of unprofitable children, Neither delight in ungodly sons. If they multiply, delight not in them, Except the fear of the Lord be with them. Trust not you in their life, Neither rely on their condition: For one is better than a thousand; And to die childless than to have ungodly children. For from one that has understanding will a city be peopled; But a race of wicked men will be made desolate. Many such things I have seen with my eyes; And my ear has heard mightier things than these. In the congregation of sinners will a fire be kindled; And in a disobedient nation wrath is kindled. He was not pacified toward the giants of old time, Who revolted in their strength. He spared not those with whom Lot sojourned, Whom he abhorred for their pride. He pitied not the people of perdition, Who were taken away in their sins. And in like manner the six hundred thousand footmen, Who were gathered together in the hardness of their hearts. Even if there be one stiff-necked person, It is marvel if he will be unpunished: For mercy and wrath are with him; He is mighty to forgive, and he pours out wrath. As his mercy is great, so is his correction also: He judges a man according to his works. The sinner will not escape with his plunder; And the perseverance of the godly will not be frustrated. He will make room for every work of mercy; Each man will find according to his works. Don’t say, I shall be hidden from the Lord; And who will remember me from on high? I will not be known among so many people; For what is my soul in a boundless creation? Behold, the heaven, and the heaven of heavens, The deep, and the earth, will be moved when he shall visit. The mountains and the foundations of the earth together Are shaken with trembling, when he looks upon them. And no heart will think upon these things: And who shall conceive his ways? And there is a tempest which no man will see; Yes, the more part of his works are hid. Who will declare the works of his righteousness? Or who will endure them? For his covenant is afar off. He that is lacking in understanding thinks upon these things; And an unwise and erring man thinks follies. My son, hearken to me, and learn knowledge, And give heed to my words with your heart. I will show forth instruction by weight, And declare knowledge exactly. In the judgement of the Lord are his works from the beginning; And from the making of them he disposed the parts thereof. He garnished his works forever, And the beginnings of them to their generations: They neither hunger, nor are weary, And they cease not from their works. No one thrusteth aside his neighbor; And they will never disobey his word. After this also the Lord looked upon the earth, And filled it with his blessings. All manner of living things covered the face thereof; And into it is their return.

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 18

En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen; Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij. En hij wilde voor een langen tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie; Nochtans, omdat deze weduwe mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke. En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde? En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve. Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen. En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder. En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk. Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. En die dit hoorden, zeiden: Wie kan dan zalig worden? En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. En Hij nam de twaalven bij Zich, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan den Zoon des mensen, wat geschreven is door de profeten. Want Hij zal den heidenen overgeleverd worden, en Hij zal bespot worden, en smadelijk behandeld worden, en bespogen worden. En Hem gegeseld hebbende, zullen zij Hem doden; en ten derden dage zal Hij wederopstaan. En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord was voor hen verborgen, en zij verstonden niet, hetgeen gezegd werd. En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende. En deze, horende de schare voorbijgaan, vraagde, wat dat ware. En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging. En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! En die voorbijgingen, bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Zone Davids, ontferm U mijner! En Jezus, stilstaande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou; en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem, Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden. En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.

Avondgebed — eerste lezing

Sirach 17

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

The Lord created man of the earth, And turned him back to it again. He gave them days by number, and a set time, And gave them authority over the things that are thereon. He endued them with strength proper to them; And made them according to his own image. He put the fear of man upon all flesh, And gave him to have dominion over beasts and fowls. Counsel, and tongue, and eyes, Ears, and heart, gave he them to understand withal. He filled them with the knowledge of wisdom, And showed them good and evil. He set his eye upon their hearts, To show them the majesty of his works. And they will praise the name of his holiness, That they may declare the majesty of his works. He added to them knowledge, And gave them a law of life for a heritage. He made an everlasting covenant with them, And showed them his judgements. Their eyes saw the majesty of his glory; And their ear heard the glory of his voice. And he said to them, Beware of all unrighteousness; And he gave them commandment, each man concerning his neighbor. Their ways are ever before him; They will not be hid from his eyes. For every nation he appointed a ruler; And Israel is the Lord’s portion. All their works are as the sun before him; And his eyes are continually upon their ways. Their iniquities are not hid from him; And all their sins are before the Lord. With him the alms of a man is as a signet; And he will keep the bounty of a man as the apple of the eye. Afterwards he will rise up and recompense them, And render their recompense upon their head. Howbeit to those who repent he granteth a return; And he comforteth those who are losing patience. Return to the Lord, and forsake sins: Make your prayer before his face, and lessen the offence. Turn again to the Most High, and turn away from iniquity; And greatly hate the abominable thing. Who will give praise to the Most High in the grave, Instead of them which live and return thanks? Thanksgiving perishes from the dead, as from one that is not: He that is in life and health will praise the Lord. How great is the mercy of the Lord, And his forgiveness to those who turn to him! For all things can’t be in men, Because the son of man is not immortal. What is brighter than the sun? yet this fails: And an evil man will think on flesh and blood. He looks upon the power of the height of heaven: And all men are earth and ashes.

Avondgebed — tweede lezing

Kolossenzen 2

Want ik wil, dat gij weet, hoe groten strijd ik voor u heb, en voor degenen, die te Laodicea zijn, en zo velen als er mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien; Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus; In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn. En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met beweegredenen, die een schijn hebben. Want hoewel ik met het vlees van u ben, nochtans ben ik met den geest bij u, mij verblijdende en ziende uw ordening, en de vastigheid van uw geloof in Christus. Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem; Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging. Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus; Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht; In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende; Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende; En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd. Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feest dags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus. Dat dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses; En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom. Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast? Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan. Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen; Dewelke wel hebben een schijn rede van wijsheid in eigenwilligen gods dienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.