Lezingen van de dag
De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.
Ochtendgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
A slothful man is compared to a stone that is defiled; And every one will hiss him out in his disgrace. A slothful man is compared to the filth of a dunghill: Every man that takes it up will shake out his hand. A father has shame in having begotten an uninstructed son; And a foolish daughter is born to his loss. A prudent daughter will inherit a husband of her own; And she that brings shame is the grief of her father. She that is bold brings shame upon father and husband; And she will be despised of them both. Unseasonable discourse is as music in mourning; But stripes and correction are wisdom at every season. He that teaches a fool is as one that glues a potsherd together; Even as one that wakes a sleeper out of a deep sleep. He that discourseth to a fool is as one discoursing to a man that slumbereth; And at the end he will say, What is it? Weep for the dead, for light has failed him; And weep for a fool, for understanding has failed him: Weep more sweetly for the dead, because he has found rest; But the life of the fool is worse than death. Seven days are the days of mourning for the dead; But for a fool and an ungodly man, all the days of his life. Talk not much with a foolish man, And go not to one that has no understanding: Beware of him, lest you have trouble; And so you shall not be defiled in his onslaught: Turn away from him, and you will find rest; And so you shall not be wearied in his madness. What shall be heavier than lead? And what is the name thereof, but a fool? Sand, and salt, and a mass of iron, is easier to bear, Than a man without understanding. Timber girded and bound into a building will not be loosed with shaking: So a heart established in due season on well advised counsel will not be afraid. A heart settled upon a thoughtful understanding Is as an ornament of plaister on a polished wall. Pales set on a high place will not stand against the wind: So a fearful heart in the imagination of a fool will not stand against any fear. He that pricks the eye will make tears to fall; And he that pricks the heart makes it to show feeling. Whoso casts a stone at birds frays them away; And he that upbraids a friend will dissolve friendship. If you have drawn a sword against a friend, despair not; For there may be a returning. If you have opened your mouth against a friend, fear not; For there may be a reconciling; Except it be for upbraiding, and arrogance, and disclosing of a secret, and a treacherous blow: For these things every friend will flee. Gain trust with your neighbor in his poverty, That in his prosperity you may have gladness: Abide stedfast to him in the time of his affliction, That you may be heir with him in his inheritance. Before fire is the vapor and smoke of a furnace; So revilings before bloodshed. I will not be ashamed to shelter a friend; And I will not hide myself from his face: And if any evil happen to me because of him, Every one that hears it will beware of him. Who shall set a watch over my mouth, And a seal of shrewdness upon my lips, That I fall not from it, and that my tongue destroy me not?
Ochtendgebed — tweede lezing
En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen. En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen. En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft in geworpen. Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen. En als sommigen zeiden van den tempel, dat hij met schonen stenen en begiftigingen versierd was, zeide Hij: Wat deze dingen aangaat, die gij aanschouwt, er zullen dagen komen, in welke niet een steen op den anderen steen zal gelaten worden, die niet zal worden afgebroken. En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wanneer zullen dan deze dingen zijn, en welk is het teken, wanneer deze dingen zullen geschieden? En Hij zeide: Ziet, dat gij niet verleid wordt; want velen zullen er komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en de tijd is nabij gekomen, gaat dan hen niet na. En wanneer gij zult horen van oorlogen en beroerten, zo wordt niet verschrikt; want deze dingen moeten eerst geschieden; maar nog is terstond het einde niet. Toen zeide Hij tot hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk. En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden. Maar voor dit alles, zullen zij hun handen aan ulieden slaan, en u vervolgen, u overleverende in de synagogen en gevangenissen; en gij zult getrokken worden voor koningen en stadhouders, om Mijns Naams wil. En dit zal u overkomen tot een getuigenis. Neemt dan in uw harten voor, van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult; Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten. En gij zult overgeleverd worden ook van ouders, en broeders, en magen, en vrienden; en zij zullen er sommigen uit u doden. En gij zult van allen gehaat worden om Mijns Naams wil. Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan. Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid. Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is. Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de velden zijn, dat zij in dezelve niet komen. Want deze zijn dagen der wraak, opdat alles vervuld worde, dat geschreven is. Doch wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land, en toorn over dit volk. En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven; En den mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden. En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is. En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Ziet den vijgeboom, en al de bomen. Wanneer zij nu uitspruiten, en gij dat ziet, zo weet gij uit uzelven, dat de zomer nu nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar Ik zeg u, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alles zal geschied zijn. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome. Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen, die op den gansen aardbodem gezeten zijn. Waakt dan te aller tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvlieden al deze dingen, die geschieden zullen, en te staan voor den Zoon des mensen. Des daags nu was Hij lerende in de tempel; maar des nachts ging Hij uit, en vernachtte op den berg, genaamd den Olijf berg. En al het volk kwam des morgens vroeg tot Hem in den tempel, om Hem te horen.
Avondgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
O Lord, Father and Master of my life, Abandon me not to their counsel: Suffer me not to fall by them. Who will set scourges over my thought, And a discipline of wisdom over my heart? That they spare me not for my ignorances, And my heart pass not by their sins: That my ignorances be not multiplied, And my sins abound not; And I will fall before my adversaries, And my enemy rejoice over me. O Lord, Father and God of my life, Give me not a proud look, And turn away concupiscense from me. Let not greediness and chambering overtake me; And give me not over to a shameless mind. Hear you⌃, my children, the discipline of the mouth; And he that keeps it will not be taken. The sinner will be overtaken in his lips; And the reviler and the proud man will stumble therein. Accustom not your mouth to an oath; And be not accustomed to the naming of the Holy One. For as a servant that is continually scourged will not lack a bruise, So he also that swears and names God continually will not be cleansed from sin. A man of many oaths will be filled with iniquity; And the scourge will not depart from his house: If he shall offend, his sin will be upon him; And if he disregard it, he has sinned doubly; And if he has sworn in vain, he will not be justified; For his house will be filled with calamities. There is a manner of speech that is clothed about with death: Let it not be found in the heritage of Jacob; For all these things will be far from the godly, And they will not wallow in sins. Accustom not your mouth to gross rudeness, For therein is the word of sin. Remember your father and your mother, For you sit in the midst of great men; That you be not forgetful before them, And become a fool by your custom; So will you wish that you had not been born, And curse the day of your nativity. A man that is accustomed to words of reproach Will not be corrected all the days of his life. Two sorts of men multiply sins, And the third will bring wrath: A hot mind, as a burning fire, will not be quenched till it be consumed: A fornicator in the body of his flesh will never cease till he has burned out the fire. All bread is sweet to a fornicator: He will not leave off till he die. A man that goes astray from his own bed, Saying in his heart, Who sees me? Darkness is round about me, and the walls hide me, And no man sees me; of whom am I afraid? The Most High will not remember my sins; —And the eyes of men are his terror, And he knows not that the eyes of the Lord are ten thousand times brighter than the sun, Beholding all the ways of men, And looking into secret places. All things were known to him or ever they were created; And in like manner also after they were perfected. This man will be punished in the streets of the city; And where he suspected not he will be taken. So also a wife that leaves her husband, And brings in an heir by a stranger. For first, she was disobedient in the law of the Most High; And secondly, she trespassed against her own husband; And thirdly, she played the adulteress in whoredom, And brought in children by a stranger. She shall be brought out into the congregation; And upon her children will there be visitation. Her children will not spread into roots, And her branches will bear no fruit. She will leave her memory for a curse; And her reproach will not be blotted out. And those who are left behind will know that there is nothing better than the fear of the Lord, And nothing sweeter than to take heed to the commandments of the Lord.
Avondgebed — tweede lezing
Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus. Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden; Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader; Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God; Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil. En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes; Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje. Want van u is het Woord des Heeren luidbaar geworden niet alleen in Macedonie en Achaje; maar ook in alle plaatsen is uw geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan, zodat wij niet van node hebben, iets daarvan te spreken. Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen; En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.
De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)
Lezingen van de dag, elke ochtend
In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.

