Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Judith 11

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Holofernes said to her, “Woman, take courage. Don’t be afraid in your heart; for I never hurt anyone who has chosen to serve Nebuchadnezzar, the king of all the earth. And now, if your people who dwell in the hill country had not slighted me, I would not have lifted up my spear against them; but they have done these things to themselves. And now tell me why you fled from them and came to us; for you have come to save yourself. Take courage! You will live tonight, and hereafter; for there is no one that will wrong you, but all will treat you well, as is done to the servants of king Nebuchadnezzar my lord.” And Judith said to him, “Receive the words of your servant, and let your handmaid speak in your presence, and I will declare no lie to my lord this night. If you will follow the words of your handmaid, God will bring the thing to pass perfectly with you; and my lord will not fail to accomplish his purposes. As Nebuchadnezzar king of all the earth lives, and as his power lives, who has sent you for the preservation of every living thing, not only do men serve him by you, but also the beasts of the field, the cattle, and the birds of the sky will live through your strength, in the time of Nebuchadnezzar and of all his house. For we have heard of your wisdom and the subtle plans of your soul. It has been reported in all the earth that you only are brave in all the kingdom, mighty in knowledge, and wonderful in feats of war. And now as concerning the matter which Achior spoke in your council, we have heard his words; for the men of Bethulia saved him, and he declared to them all that he had spoken before you. Therefore, O lord and master, don’t neglect his word; but lay it up in your heart, for it is true; for our race will not be punished, neither will the sword prevail against them, unless they sin against their God. And now, that my lord be not defeated and frustrate of his purpose, and that death may fall upon them, their sin has overtaken them, wherewith they will provoke their God to anger, whenever they do wickedness. Since their food failed them, and all their water was scant, they took counsel to lay hands upon their cattle, and determined to consume all those things which God charged them by his laws that they should not eat. They are resolved to spend the first fruits of the corn, and the tenths of the wine and the oil, which they had sanctified and reserved for the priests who stand before the face of our God in Jerusalem; which things it is not fitting for any of the people so much as to touch with their hands. They have sent some to Jerusalem, because they also that dwell there have done this thing, to bring them permission from the council of elders. It will be, when brings them word, and they do it, they will be given to you to be destroyed the same day. Therefore I your servant, knowing all this, fled away from their presence. God sent me to work things with you, at which all the earth will be astonished, even as many as hear it. For your servant is religious, and serves the God of heaven day and night. Now, my lord, I will stay with you, and your servant will go out by night into the valley. I will pray to God, and he will tell me when they have committed their sins. Then I will come and show it also to you. Then you shall go out with all your army, and there will be none of them that will resist you. And I will lead you through the midst of Judea, until you come to Jerusalem. I will set your seat in the midst of it. You will drive them as sheep that have no shepherd, and a dog will not so much as open his mouth before you; for these things were told me according to my foreknowledge, and were declared to me, and I was sent to tell you.” Her words were pleasing in the sight of Holofernes and of all his servants. They marveled at her wisdom, and said, “There is not such a woman from one end of the earth to the other, for beauty of face and wisdom of words.” Holofernes said to her, “God did well to send you before the people, that might would be in our hands, and destruction among those who slighted my lord. And now you are beautiful in your countenance, and wise in your words. If you will do as you have spoken, your God will be my God, and you will dwell in the house of king Nebuchadnezzar, and will be renowned through the whole earth.”

Ochtendgebed — tweede lezing

Marcus 13

En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen! En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden. En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden? En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden. En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten. Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis. En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken. Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest. En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen. En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen. En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen. Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen! Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters. Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal. En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort. En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet. Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen. Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd! Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven. En de sterren des hemels zulen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden. En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels. En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is. Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader. Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is. Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken; Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond); Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde. En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.

Avondgebed — eerste lezing

Judith 12

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

He commanded that she should be brought in where his silver vessels were set, and asked that his servants should prepare some of his own meats for her, and that she should drink from his own wine. And Judith said, “I will not eat of it, lest there be an occasion of stumbling: but provision will be made for me of the things that have come with me.” And Holofernes said to her, “But if the things that are with you should fail, from where will we be able to give you more like it? For there is none of your race with us.” And Judith said to him, “As your soul lives, my lord, your servant will not spend those things that are with me, until the Lord works by my hand the things that he has determined.” Then Holofernes’ servants brought her into the tent, and she slept until midnight. Then she rose up toward the morning watch, and sent to Holofernes, saying, “Let my lord now command that they allow your servant to go out to pray.” Holofernes commanded his guards that they should not stop her. She stayed in the camp three days, and went out every night into the valley of Bethulia, and washed herself at the fountain of water in the camp. And when she came up, she implored the Lord God of Israel to direct her way to the raising up of the children of his people. She came in clean, and remained in the tent, until she ate her food toward evening. It came to pass on the fourth day, that Holofernes made a feast for his own servants only, and called none of the officers to the banquet. And he said to Bagoas the eunuch, who had charge over all that he had, “Go now, and persuade this Hebrew woman who is with you that she come to us, and eat and drink with us. For, behold, it is a shame for our person, if we shall let such a woman go, not having had her company; for if we don’t draw her to ourselves, she will laugh us to scorn.” Bagoas went from the presence of Holofernes, and came in to her, and said, “Let this fair lady not fear to come to my lord, and to be honored in his presence, and to drink wine and be merry with us, and to be made this day as one of the daughters of the children of Asshur, which wait in the house of Nebuchadnezzar.” Judith said to him, “Who am I, that I should contradict my lord? For whatever would be pleasing in his eyes, I will do speedily, and this will be my joy to the day of my death.” She arose, and decked herself with her apparel and all her woman’s attire; and her servant went and laid fleeces on the ground for her next to Holofernes, which she had received from Bagoas for her daily use, that she might sit and eat upon them. Judith came in and sat down, and Holofernes’ heart was ravished with her. His soul was moved, and he exceedingly desired her company. He was watching for a time to deceive her, from the day that he had seen her. Holofernes said to her, “Drink now, and be merry with us.” Judith said, “I will drink now, my lord, because my life is magnified in me this day more than all the days since I was born.” Then she took and ate and drank before him what her servant had prepared. Holofernes took great delight in her, and drank exceeding much wine, more than he had drunk at any time in one day since he was born.

Avondgebed — tweede lezing

2 Korintiërs 9

Want van de bediening, die voor de heiligen geschiedt, is mij onnodig aan u te schrijven. Want ik weet de volvaardigheid uws gemoeds, van welke ik roem over u bij de Macedoniers, dat Achaje van over een jaar bereid is geweest; en de ijver, van u begonnen, heeft er velen verwekt. Maar ik heb deze broeders gezonden, opdat onze roem, dien wij over u hebben, niet zou ijdel gemaakt worden in dezen dele; opdat (gelijk ik gezegd heb) gij bereid moogt zijn; En dat niet mogelijk, zo de Macedoniers met mij kwamen, en u onbereid vonden, wij (opdat wij niet zeggen: gij) beschaamd worden in deze vasten grond der roeming. Ik heb dan nodig geacht deze broeders te vermanen, dat zij eerst tot u zouden komen, en voorbereiden uw te voren aangedienden zegen; opdat die gereed zij, alzo als een zegen, en niet als een vrekheid. En dit zeg ik: Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien. Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief. En God is machtig alle genade te doen overvloedig zijn in u; opdat gij in alles te allen tijd, alle genoegzaamheid hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn. Gelijk er geschreven is: Hij heeft gestrooid, hij heeft den armen gegeven; Zijn gerechtigheid blijft in der eeuwigheid. Doch Die het zaad den zaaier verleent, Die verlene ook brood tot spijze, en vermenigvuldige uw gezaaisel, en vermeerdere de vruchten uwer gerechtigheid; Dat gij in alles rijk wordt tot alle goeddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God. Want de bediening van dezen dienst vervult niet alleen het gebrek der heiligen, maar is ook overvloedig door vele dankzeggingen tot God; Dewijl zij door de beproeving dezer bediening God verheerlijken over de onderwerping uwer belijdenis onder het Evangelie van Christus, en over de goeddadigheid der mededeling aan hen en aan allen; En door hun gebed voor u, welke naar u verlangen, om de uitnemende genade Gods over u. Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.