Lezingen van de dag
De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.
Ochtendgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
Love righteousness, you⌃ that be judges of the earth, Think you⌃ of the Lord with a good mind, And in singleness of heart seek you⌃ him; Because he is found of those who tempt him not, And is manifested to those who do not distrust him. For crooked thoughts separate from God; And the supreme Power, when it is brought to the proof, puts to confusion the foolish: Because wisdom will not enter into a soul that deviseth evil, Nor dwell in a body that is held in pledge by sin. For a holy spirit of discipline will flee deceit. And will start away from thoughts that are without understanding, And will be put to confusion when unrighteousness has come in. For wisdom is a spirit that loves man, And she will not hold a blasphemer guiltless for his lips; Because God bears witness of his reins, And is a true overseer of his heart, And a hearer of his tongue: Because the spirit of the Lord has filled the world, And that which holds all things together has knowledge of every voice. Therefore no man that utters unrighteous things will be unseen; Neither will Justice, when it convicts, pass him by. For in the midst of his counsels the ungodly will be searched out; And the sound of his words will come to the Lord To bring to conviction his lawless deeds: Because there is an ear of jealousy that listens to all things, And the noise of murmurings is not hid. Beware then of unprofitable murmuring, And refrain your tongue from backbiting; Because no secret utterance will go on its way void, And a mouth that belies destroys a soul. Court not death in the error of your life; Neither draw upon yourselves destruction by the works of your hands: Because God made not death; Neither delights he when the living perish: For he created all things that they might have being: And the generative powers of the world are healthsome, And there is no poison of destruction in them: Nor has Hades royal dominion upon earth, For righteousness is immortal: But ungodly men by their hands and their words called death to them: Deeming him a friend they consumed away, And they made a covenant with him, Because they are worthy to be of his portion.
Ochtendgebed — tweede lezing
En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden. En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging; En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen? (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot. En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd. Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft. En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd. En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had. Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden. En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet. En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen. Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet. Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was. En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken, Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods. En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.
Avondgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
For they said within themselves, reasoning not aright, Short and sorrowful is our life; And there is no healing when a man comes to his end, And none was ever known that gave release from Hades. Because by mere chance were we born, And hereafter we will be as though we had never been: Because the breath in our nostrils is smoke, And while our heart beats reason is a spark, Which being extinguished, the body will be turned into ashes, And the spirit will be dispersed as thin air; And our name will be forgotten in time, And no man will remember our works; And our life will pass away as the traces of a cloud, And will be scattered as is a mist, When it is chased by the beams of the sun, And overcome by the heat thereof. For our alloted time is the passing of a shadow, And our end retreats not; Because it is fast sealed, and none turns it back. Come therefore and let us enjoy the good things that now are; And let us use the creation with all our soul as youth’s possession. Let us fill ourselves with costly wine and perfumes; And let no flower of spring pass us by: Let us crown ourselves with rosebuds, before they be withered: Let none of us go without his share in our proud revelry: Everywhere let us leave tokens of our mirth: Because this is our portion, and our lot is this. Let us oppress the righteous poor; Let us not spare the widow, Nor reverence the hairs of the old man gray for length of years. But let our strength be to us a law of righteousness; For that which is weak is found to be of no service. But let us lie in wait for the righteous man, Because he is of disservice to us, And is contrary to our works, And upbraids us with sins against the law, And lays to our charge sins against our discipline. He professes to have knowledge of God, And names himself servant of the Lord. He became to us a reproof of our thoughts. He is grievous to us even to behold, Because his life is unlike other men’s, And his paths are of strange fashion. We were accounted of him as worthless metal, And he abstains from our ways as from uncleannesses. The latter end of the righteous he calls happy; And he vaunts that God is his father. Let us see if his words be true, And let us try what shall befall in the ending of his life. For if the righteous man is God’s son, he will uphold him, And he will deliver him out of the hand of his adversaries. With outrage and torture let us put him to the test, That we may learn his gentleness, And may prove his patience under wrong. Let us condemn him to a shameful death; For he will be visited according to his words. Thus reasoned they, and they were led astray; For their wickedness blinded them, And they knew not the mysteries of God, Neither hoped they for wages of holiness, Nor did they judge that there is a prize for blameless souls. Because God created man for incorruption, And made him an image of his own proper being; But by the envy of the devil death entered into the world, And those who are of his portion make trial thereof.
Avondgebed — tweede lezing
Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar; want ik zal komen tot gezichten en openbaringen des Heeren. Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam geschied zij, weet ik niet, God weet het), Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. Van den zodanige zal ik roemen, doch van mijzelven zal ik niet roemen, dan in mijn zwakheden. Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik houde daarvan af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen. Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil; want als ik zwak ben, dan ben ik machtig. Ik ben roemende onwijs geworden; gij hebt mij genoodzaakt, want ik behoorde van u geprezen te zijn; want ik ben in geen ding minder geweest dan de uitnemendste apostelen, hoewel ik niets ben. De merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten. Want wat is er, waarin gij minder geweest zijt dan de andere Gemeenten, anders, dan dat ikzelf u niet lastig ben geweest? Vergeeft mij dit ongelijk. Ziet, ik ben ten derden male gereed, om tot u te komen, en zal u niet lastig zijn; want ik zoek niet het uwe, maar u; want de kinderen moeten niet schatten vergaderen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen. En ik zal zeer gaarne de kosten doen, en voor uw zielen ten koste gegeven worden; hoewel ik, u overvloediger beminnende, weiniger bemind worde. Doch het zij zo, ik heb u niet bezwaard; maar alzo ik listig was, heb ik u met bedrog gevangen. Heb ik door iemand dergenen, die ik tot u gezonden heb, van u mijn voordeel gezocht? Ik heb Titus gebeden, en den broeder medegezonden; heeft ook Titus van u zijn voordeel gezocht? Hebben wij niet in denzelfden geest gewandeld? Hebben wij niet gewandeld in dezelfde voetstappen? Meent gij wederom, dat wij ons bij u verontschuldigen? Wij spreken in de tegenwoordigheid van God in Christus; en dit alles, geliefden, tot uw stichting. Want ik vrees, dat als ik gekomen zal zijn, ik u niet enigszins zal vinden zodanigen als ik wil, en dat ik van u zal gevonden worden zodanig als gij niet wilt; dat er niet enigszins zijn twisten, nijdigheden, toorn, gekijf, achterklap, oorblazingen, opgeblazenheden, beroerten; Opdat wederom, als ik zal gekomen zijn, mijn God mij niet vernedere bij u, en ik rouw hebbe over velen, die te voren gezondigd hebben, en die zich niet bekeerd zullen hebben van de onreinigheid, en hoererij, en ontuchtigheid, die zij gedaan hebben.
De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)
Lezingen van de dag, elke ochtend
In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.

