Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Sirach 39

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Not so he that has applied his soul, And meditateth in the law of the Most High; He will seek out the wisdom of all the ancients, And will be occupied in prophecies. He will keep the discourse of the men of renown, And will enter in amidst the subtleties of parables. He will seek out the hidden meaning of proverbs, And be conversant in the dark sayings of parables. He will serve among great men, And appear before him that rules: He will travel through the land of strange nations; For he has tried good things and evil among men. He will apply his heart to resort early to the Lord that made him, And will make supplication before the Most High, And will open his mouth in prayer, And will make supplication for his sins. If the great Lord will, He shall be filled with the spirit of understanding: He shall pour forth the words of his wisdom, And in prayer give thanks to the Lord. He shall direct his counsel and knowledge, And in his secrets shall he meditate. He shall show forth the instruction which he has been taught, And shall glory in the law of the covenant of the Lord. Many shall commend his understanding; And so long as the world endures, it shall not be blotted out: His memorial shall not depart, And his name shall live from generation to generation. Nations shall declare his wisdom, And the congregation shall tell out his praise. If he continue, he shall leave a greater name than a thousand: And if he die, he adds thereto. Yet more will I utter, which I have thought upon; And I am filled as the moon at the full. Hearken to me, you⌃ holy children, And bud forth as a rose growing by a brook of water: And give you⌃ a sweet savor as frankencense, And put forth flowers as a lily, Spread abroad a sweet smell, and sing a song of praise; Bless you⌃ the Lord for all his works. Magnify his name, And give utterance to his praise With the songs of your lips, and with harps; And thus shall you⌃ say when you⌃ utter his praise: All the works of the Lord are exceeding good, And every command shall be accomplished in his season. None can say, What is this? wherefore is that? For in his season they shall all be sought out. At his word the waters stood as a heap, And the receptacles of waters at the word of his mouth. At his command is all his good pleasure done; And there is none that shall hinder his salvation. The works of all flesh are before him; And it is not possible to be hid from his eyes. He sees from everlasting to everlasting; And there is nothing wonderful before him. None can say, What is this? wherefore is that? For all things are created for their uses. His blessing covered the dry land as a river, And saturated it as a flood. As he has turned the waters into saltness; So shall the heathen inherit his wrath. His ways are plain to the holy; So are they stumbling blocks to the wicked. Good things are created from the beginning for the good; So are evil things for sinners. The chief of all things necessary for the life of man Are water, and fire, and iron, and salt, And flour of wheat, and honey, and milk, The blood of the grape, and oil, and clothing. All these things are for good to the godly; So to the sinners they shall be turned into evil. There be winds that are created for vengeance, And in their fury lay on their scourges heavily; In the time of consummation they pour out their strength, And shall appease the wrath of him that made them. Fire, and hail, and famine, and death, All these are created for vengeance; Teeth of wild beasts, and scorpions and adders, And a sword punishing the ungodly to destruction. They shall rejoice in his commandment, And shall be made ready upon earth, when need is; And in their seasons they shall not transgress his word. Therefore from the beginning I was resolved, And I thought this, and left it in writing; All the works of the Lord are good: And he will supply every need in its season. And none can say, This is worse than that: For they shall all be well approved in their season. And now with all your heart and mouth sing you⌃ praises, And bless the name of the Lord.

Ochtendgebed — tweede lezing

Johannes 5

Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem. En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen. In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters. Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was. En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had. Jezus, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden? De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder. Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel. En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag. De Joden zeiden dan tot dengene, die genezen was: Het is sabbat; het is u niet geoorloofd het beddeken te dragen. Hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft mij gezegd: Neem uw beddeken op, en wandel. Zij vraagden hem dan: Wie is de Mens, Die u gezegd heeft: Neem uw beddeken op, en wandel? En die gezond gemaakt was, wist niet, Wie Hij was; want Jezus was ontweken, alzo er een grote schare in die plaats was. Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede. De mens ging heen, en boodschapte den Joden, dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had. En daarom vervolgden de Joden Jezus, en zochten Hem te doden, omdat Hij deze dingen op den sabbat deed. En Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook. Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen den sabbat brak, maar ook zeide, dat God Zijn eigen Vader was, Zichzelven Gode evengelijk makende. Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks. Want de Vader heeft den Zoon lief, en toont Hem alles, wat Hij doet; en Hij zal Hem groter werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want gelijk de Vader de doden opwekt en levend maakt, alzo maakt ook de Zoon levend, Die Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven. Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven; En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is. Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen; En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis. Ik kan van Mijzelven niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar den wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft. Indien Ik van Mijzelven getuig, Mijn getuigenis is niet waarachtig. Er is een ander, die van Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis, welke hij van Mij getuigt, waarachtig is. Gijlieden hebt tot Johannes gezonden, en hij heeft der waarheid getuigenis gegeven. Doch Ik neem geen getuigenis van een mens; maar dit zeg Ik, opdat gijlieden zoudt behouden worden. Hij was een brandende en lichtende kaars; en gij hebt ulieden voor een korten tijd in zijn licht willen verheugen. Maar Ik heb een getuigenis meerder, dan die van Johannes; want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft, om die te volbrengen, dezelve werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat Mij de Vader gezonden heeft. En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. Gij hebt noch Zijn stem ooit gehoord, noch Zijn gedaante gezien. En Zijn woord hebt gij niet in u blijvende; want gij gelooft Dien niet, Dien Hij gezonden heeft. Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen. En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben. Ik neem geen eer van mensen; Maar Ik ken ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt. Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen. Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt? Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?

Avondgebed — eerste lezing

Sirach 40

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Great travail is created for every man, And a heavy yoke is upon the sons of Adam, From the day of their coming forth from their mother’s womb, Until the day for their burial in the mother of all things. The expectation of things to come, and the day of death, Trouble their thoughts, and cause fear of heart; From him that sits on a throne of glory, Even to him that is humbled in earth and ashes; From him that wears purple and a crown, Even to him that is clothed with a hempen frock. There is wrath, and jealousy, and trouble, and disquiet, And fear of death, and anger, and strife; And in the time of rest upon his bed His night sleep does change his knowledge. A little or nothing is his resting, And afterward in his sleep, as in a day of keeping watch, He is troubled in the vision of his heart, As one that has escaped from the front of battle. In the very time of his deliverance he awakens, And marvels that the fear is nothing. It is thus with all flesh, from man to beast, And upon sinners sevenfold more. Death, and bloodshed, and strife, and sword, Calamities, famine, tribulation, and the scourge; All these things were created for the wicked, And because of them came the flood. All things that are of the earth turn to the earth again: And all things that are of the waters return into the sea. All bribery and injustice shall be blotted out; And good faith shall stand forever. The goods of the unjust shall be dried up like a river, And like a great thunder in rain shall go off in noise. In opening his hands a man shall be made glad: So shall transgressors utterly fail. The children of the ungodly shall not put forth many branches; And are as unclean roots upon a sheer rock. The sedge that grows upon every water and bank of a river Shall be plucked up before all grass. Bounty is as a garden of blessings, And almsgiving endures forever. The life of one that labores, and is contented, shall be made sweet; And he that finds a treasure is above both. Children and the building of a city establish a man’s name; And a blameless wife is counted above both. Wine and music rejoice the heart; And the love of wisdom is above both. The pipe and the lute make pleasant melody; And a pleasant tongue is above both. Your eye shall desire grace and beauty; And above both the green blade of corn. A friend and a companion never meet amiss; And a wife with her husband is above both. Brethren and succour are for a time of affliction; And almsgiving is a deliverer above both. Gold and silver will make the foot stand sure; And counsel is esteemed above them both. Riches and strength will lift up the heart; And the fear of the Lord is above both: There is nothing lacking in the fear of the Lord, And there is no need to seek help therein. The fear of the Lord is as a garden of blessing, And covers a man above all glory. My son, lead not a beggar’s life; Better it is to die than to beg. A man that looks to the table of another, His life is not to be counted for a life; He will pollute his soul with another man’s meats: But a man wise and well-instructed will beware thereof. In the mouth of the shameless begging will be sweet; And in his belly a fire shall be kindled.

Avondgebed — tweede lezing

1 Timoteüs 1

Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en den Heere Jezus Christus, Die onze Hope is, Aan Timotheus, mijn oprechten zoon in het geloof; genade, barmhartigheid, vrede zij u van God, onzen Vader, en Christus Jezus, onzen Heere. Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven, als ik naar Macedonie reisde, zo vermaan ik het u nog, opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren; Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachtsrekeningen, welke meer twist vragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het geloof is. Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof. Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot ijdelspreking; Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat zij bevestigen. Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt; En hij dit weet, dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren, den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den moedermoorders, den doodslagers, Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is; Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods, dat mij toebetrouwd is. En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende; Die te voren een gods lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid. Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus. Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben. Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven. Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheus, dat gij naar de profetieen, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt; Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben; Onder welken is Hymeneus en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.