Lezingen van de dag
De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.
Ochtendgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
The memorial of Josiah is like the composition of incense Prepared by the work of the apothecary: It shall be sweet as honey in every mouth, And as music at a banquet of wine. He behaved himself uprightly in the conversion of the people, And took away the abominations of iniquity. He set his heart right toward the Lord; In the days of wicked men he made godliness to prevail. Except David and Hezekiah and Josiah, All committed trespass: For they forsook the law of the Most High; The kings of Judah failed. For they gave their power to others, And their glory to a strange nation. They set on fire the chosen city of the sanctuary, And made her streets desolate, as it was written by the hand of Jeremiah. For they entreated him evil; And yet he was sanctified in the womb to be a prophet, To root out, and to afflict, and to destroy; And in like manner to build and to plant. It was Ezekiel who saw the vision of glory, Which God showed him upon the chariot of the cherubim. For verily he remembered the enemies in storm, And to do good to those who directed their ways aright. Also of the twelve prophets May the bones flourish again out of their place. And he comforted Jacob, And delivered them by confidence of hope. How shall we magnify Zerubbabel? And he was as a signet on the right hand: So was Jesus the son of Josedek: Who in their days built the house, And exalted a people holy to the Lord, Prepared for everlasting glory. Also of Nehemiah the memorial is great; Who raised up for us the walls that were fallen, And set up the gates and bars, And raised up our homes again. No man was created upon the earth such as was Enoch; For he was taken up from the earth. Neither was there a man born like to Joseph, A governor of his kindred, a stay of the people: Yes, his bones were visited. Shem and Seth were glorified among men; And above every living thing in the creation is Adam.
Ochtendgebed — tweede lezing
Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar. Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen. Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit. En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen. Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden; overmits zij de stem des vreemden niet kennen. Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak. Jezus dan zeide wederom tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Ik ben de Deur der schapen. Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars; maar de schapen hebben hen niet gehoord. Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden. De dief komt niet, dan opdat hij stele, en slachte, en verderve; Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben. Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Maar de huurling, en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen, en verlaat de schapen, en vliedt; en de wolf grijpt ze, en verstrooit de schapen. En de huurling vliedt, overmits hij een huurling is, en heeft geen zorg voor de schapen. Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend. Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen. Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme. Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen. Er werd dan wederom tweedracht onder de Joden, om dezer woorden wil. En velen van hen zeiden: hij heeft den duivel, en is uitzinnig; wat hoort gij Hem? Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen? En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter. En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Salomo. De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders. Ik en de Vader zijn een. De Joden dan namen wederom stenen op, om Hem te stenigen. Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele treffelijke werken getoond van Mijn Vader; om welk werk van die stenigt gij Mij? De Joden antwoordden Hem, zeggende: Wij stenigen U niet over enig goed werk, maar over gods lastering, en omdat Gij, een Mens zijnde, Uzelven God maakt. Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden? Indien de wet die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden; Zegt gijlieden tot Mij, Dien de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert God; omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon? Indien Ik niet doe de werken Mijns Vaders, zo gelooft Mij niet; Maar indien Ik ze doe, en zo gij Mij niet gelooft, zo gelooft de werken; opdat gij moogt bekennen en geloven, dat de Vader in Mij is, en Ik in Hem. Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand. En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar. En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar. En velen geloofden aldaar in Hem.
Avondgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
It was Simon, the son of Onias, the great priest, Who in his life repaired the house, And in his days strengthened the temple: And by him was built from the foundation the height of the double wall, The lofty underworks of the inclosure of the temple: In his days the cistern of waters was diminished, The brazen vessel in compass as the sea. It was he that took thought for his people that they should not fall, And fortified the city against besieging: How glorious was he when the people gathered round him At his coming forth out of the sanctuary! As the morning star in the midst of a cloud, As the moon at the full: As the sun shining forth upon the temple of the Most High, And as the rainbow giving light in clouds of glory: As the flower of roses in the days of new fruits, As lilies at the waterspring, As the shoot of the frankencense tree in the time of summer: As fire and incense in the censer, As a vessel all of beaten gold Adorned with all manner of precious stones: As an olive tree budding forth fruits, And as a cypress growing high among the clouds. When he took up the robe of glory, And put on the perfection of exultation, In the ascent of the holy altar, He made glorious the precinct of the sanctuary. And when he received the portions out of the priests’ hands, Himself also standing by the hearth of the altar, His kindred as a garland round about him, He was as a young cedar in Libanus; And as stems of palm trees compassed they him round about, And all the sons of Aaron in their glory, And the Lord’s offering in their hands, before all the congregation of Israel. And finishing the service at the altars, That he might adorn the offering of the Most High, the Almighty, He stretched out his hand to the cup, And poured out the cup of the grape; He poured out at the foot of the altar A sweet smelling savor to the Most High, the King of all. Then shouted the sons of Aaron, They sounded the trumpets of beaten work, They made a great noise to be heard, For a remembrance before the Most High. Then all the people together hurried, And fell down upon the earth on their faces To worship their Lord, the Almighty, God Most High. The singers also praised him with their voices; In the whole house was there made sweet melody. And the people implored the Lord Most High, In prayer before him that is merciful. Till the worship of the Lord should be ended; And so they accomplished his service. Then he went down, and lifted up his hands Over the whole congregation of the children of Israel, To give blessing to the Lord with his lips, And to glory in his name. And he bowed himself down in worship the second time, To declare the blessing from the Most High. And now bless you⌃ the God of all, Which everywhere does great things, Which exalts our days from the womb, And deals with us according to his mercy. May he grant us joyfulness of heart, And that peace may be in our days in Israel for the days of eternity: To intrust his mercy with us; And let him deliver us in his time! With two nations is my soul vexed, And the third is no nation: They that sit upon the mountain of Samaria, and the Philistines, And that foolish people that dwells in Sichem. I have written in this book the instruction of understanding and knowledge, I Jesus, the son of Sirach Eleazar, of Jerusalem, Who out of his heart poured forth wisdom. Blessed is he that shall be exercised in these things; And he that lays them up in his heart shall become wise. For if he do them, he shall be strong to all things: For the light of the Lord is his guide.
Avondgebed — tweede lezing
Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, naar de belofte des levens, dat in Christus Jezus is, Aan Timotheus, mijn geliefden zoon: genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en Christus Jezus, onzen Heere. Ik dank God, Wien ik diene van mijn voorouderen aan in een rein geweten, gelijk ik zonder ophouden uwer gedachtig ben in mijn gebeden nacht en dag; Zeer begerig zijnde om u te zien, als ik gedenk aan uw tranen, opdat ik met blijdschap moge vervuld worden; Als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof, dat in u is, hetwelk eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Lois, en in uw moeder Eunice; en ik ben verzekerd, dat het ook in u woont. Om welke oorzaak ik u indachtig maak, dat gij opwekt de gave Gods, die in u is, door de oplegging mijner handen. Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid. Schaam u dan niet der getuigenis onzes Heeren, noch mijns, die Zijn gevangene ben; maar lijd verdrukkingen met het Evangelie, naar de kracht Gods; Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen; Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie; Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der heidenen; Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag. Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is. Bewaar het goede pand, dat u toebetrouwd is, door den Heiligen Geest, Die in ons woont. Gij weet dit, dat allen, die in Azie zijn, zich van mij afgewend hebben; onder dewelke is Fygellus en Hermogenes. De Heere geve den huize van Onesiforus barmhartigheid; want hij heeft mij dikmaals verkwikt, en heeft zich mijner keten niet geschaamd. Maar als hij te Rome gekomen was, heeft hij mij zeer naarstiglijk gezocht, en heeft mij gevonden. De Heere geve hem, dat hij barmhartigheid vinde bij den Heere, in dien dag; en hoeveel hij mij te Efeze gediend heeft, weet gij zeer wel.
De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)
Lezingen van de dag, elke ochtend
In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.

