Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Wisdom 7

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

I myself also am mortal, like to all, And am sprung from one born of the earth, the man first formed, And in the womb of a mother was I moulded into flesh in the time of ten months, Being compacted in blood of the seed of man and pleasure that came with sleep. And I also, when I was born, drew in the common air, And fell upon the kindred earth, Uttering, like all, for my first voice, the selfsame wail: In swaddling clothes was I nursed, and with watchful cares. For no king had any other first beginning; But all men have one entrance into life, and a like departure. For this cause I prayed, and understanding was given me: I called upon God, and there came to me a spirit of wisdom. I preferred her before sceptres and thrones, And riches I esteemed nothing in comparison of her. Neither did I liken to her any priceless gem, Because all the gold of the earth in her presence is a little sand, And silver will be accounted as clay before her. Above health and comeliness I loved her, And I chose to have her rather than light, Because her bright shining is never laid to sleep. But with her there came to me all good things together, And in her hands innumerable riches: And I rejoiced over them all because wisdom leads them; Though I knew not that she was the mother of them. As I learned without guile, I impart without grudging; I do not hide her riches. For she is to men a treasure that fails not, And those who use it obtain friendship with God, Commended to him by the gifts which they through discipline present to him. But to me may God give to speak with judgement, And to conceive thoughts worthy of what has been given me; Because himself is one that guideth even wisdom and that correcteth the wise. For in his hand are both we and our words; All understanding, and all acquaintance with various crafts. For himself gave me an unerring knowledge of the things that are, To know the constitution of the world, and the operation of the elements; The beginning and end and middle of times, The alternations of the solstices and the changes of seasons, The circuits of years and the positions of stars; The natures of living creatures and the ragings of wild beasts, The violences of winds and the thoughts of men, The diversities of plants and the virtues of roots: All things that are either secret or manifest I learned, For she that is the architect of all things taught me, even wisdom. For there is in her a spirit quick of understanding, holy, Alone in kind, manifold, Subtil, freely moving, Clear in utterance, unpolluted, Distinct, unharmed, Loving what is good, keen, unhindered, Beneficent, loving toward man, Stedfast, sure, free from care, All-powerful, all-surveying, And penetrating through all spirits That are quick of understanding, pure, most subtle: For wisdom is more mobile than any motion; Yes, she pervadeth and penetrateth all things by reason of her pureness. For she is a breath of the power of God, And a clear effluence of the glory of the Almighty; Therefore can nothing defiled find entrance into her. For she is an effulgence from everlasting light, And an unspotted mirror of the working of God, And an image of his goodness. And she, being one, has power to do all things; And remaining in herself, reneweth all things: And from generation to generation passing into holy souls She makes men friends of God and prophets. For nothing does God love save him that dwells with wisdom. For she is fairer than the sun, And above all the constellations of the stars: Being compared with light, she is found to be before it; For to the light of day succeedeth night, But against wisdom evil does not prevail;

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 2

En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad. En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was); Om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was. En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg. En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde. En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe. En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar de hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd. En zij kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef, en het Kindeken liggende in de kribbe. En als zij Het gezien hadden, maakten zij alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeken gezegd was. En allen, die het hoorden, verwonderden zich over hetgeen hun gezegd werd van de herders. Doch Maria bewaarde deze woorden alle te zamen, overleggende die in haar hart. En de herders keerde wederom, verheerlijkende en prijzende God over alles, wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was. En als acht dagen vervuld waren, dat men het Kindeken besnijden zou, zo werd Zijn Naam genaamd JEZUS, welke genaamd was van den engel, eer Hij in het lichaam ontvangen was. En als de dagen harer reiniging vervuld waren, naar de wet van Mozes, brachten zij Hem te Jeruzalem, opdat zij Hem den Heere voorstelden; (Gelijk geschreven is in de wet des Heeren: Al wat mannelijk is, dat de moeder opent, zal den Heere heilig genaamd worden.) En opdat zij offerande gaven, naar hetgeen in de wet des Heeren gezegd is, een paar tortelduiven, of twee jonge duiven. En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israels, en de Heilige Geest was op hem. En hem was een Goddelijke openbaring gedaan door den Heiligen Geest, dat hij den dood niet zien zoude, eer hij den Christus des Heeren zou zien. En hij kwam door den Geest in den tempel. En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen; Zo nam hij Hetzelve in zijn armen, en loofde God, en zeide: Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord; Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken; Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel. En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd. En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden. (En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden. En er was Anna, een profetesse, een dochter van Fanuel, uit den stam van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af. En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag. En deze, te dierzelfder ure daarbij komende, heeft insgelijks den Heere beleden, en sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. En als zij alles voleindigd hadden, wat naar de wet des Heeren te doen was, keerden zij weder naar Galilea, tot hun stad Nazareth. En het Kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en vervuld met wijsheid; en de genade Gods was over Hem. En Zijn ouders reisden alle jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha. En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij naar Jeruzalem opgegaan waren, naar de gewoonte van den feestdag; En de dagen aldaar voleindigd hadden, toen zij wederkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem, en Jozef en Zijn moeder wisten het niet. Maar menende, dat Hij in het gezelschap op den weg was, gingen zij een dagreize, en zochten Hem onder de magen, en onder de bekenden. En als zij Hem niet vonden, keerden zij wederom naar Jeruzalem, Hem zoekende. En het geschiedde, na drie dagen, dat zij Hem vonden in den tempel, zittende in het midden der leraren, hen horende, en hen ondervragende. En allen, die Hem hoorden, ontzetten zich over Zijn verstand en antwoorden. En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zeide tot Hem: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zeide tot hen: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? En zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen af, en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid, en in grootte, en in genade bij God en de mensen.

Avondgebed — eerste lezing

Wisdom 8

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

But she reaches from one end of the world to the other with full strength, And ordereth all things graciously. Her I loved and sought out from my youth, And I sought to take her for my bride, And I became enamoured of her beauty. She glorifieth her noble birth in that it is given her to live with God, And the Sovereign Lord of all loved her. For she is initiated into the knowledge of God, And she chooseth out for him his works. But if riches are a desired possession in life, What is richer than wisdom, which works all things? And if understanding works, Who more than wisdom is an architect of the things that are? And if a man loves righteousness, The fruits of wisdom’s labor are virtues, For she teaches soberness and understanding, righteousness and courage; And there is nothing in life for men more profitable than these. And if a man longeth even for much experience, She knows the things of old, and divineth the things to come: She understands subtleties of speeches and interpretations of dark sayings: She foresees signs and wonders, and the issues of seasons and times. I determined therefore to take her to me to live with me, Knowing that she is one who would give me good thoughts for counsel, And encourage me in cares and grief. Because of her I will have glory among multitudes, And honor in the sight of elders, though I be young. I will be found of a quick conceit when I give judgement, And in the presence of princes I will be admired. When I am silent, they will wait for me; And when I open my lips, they will give heed to me; And if I continue speaking, they will lay their hand upon their mouth. Because of her I will have immortality, And leave behind an eternal memory to those who come after me. I will govern peoples, And nations will be subjected to me. Dread princes will fear me when they hear of me: Among my people I will show myself a good ruler, and in war courageous. When I am come into my house, I will find rest with her; For converse with her has no bitterness, And to live with her has no pain, but gladness and joy. When I considered these things in myself, And took thought in my heart how that in kinship to wisdom is immortality, And in her friendship is good delight, And in the labors of her hands is wealth that fails not, And in assiduous communing with her is understanding, And great renown in having fellowship with her words, I went about seeking how to take her to myself. Now I was a child of parts, and a good soul fell to my lot; Nay rather, being good, I came into a body undefiled. But perceiving that I could not otherwise possess wisdom except God gave her me (Yes and to know by whom the grace is given, this too came of understanding), I pleaded with the Lord and implored him, and with my whole heart I said,

Avondgebed — tweede lezing

Galaten 2

Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende. En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben. Maar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden. En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen. Denwelken wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven. En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht. Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis; (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan; Alleenlijk, dat wij den armen zouden gedenken; hetwelk zelf ik ook benaarstigd heb te doen. En toen Petrus te Antiochie gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was. Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren. En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing. Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid van het Evangelie, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven? Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen; Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden. Maar indien wij, die in Christus zoeken gerechtvaardigd te worden, ook zelven zondaars bevonden worden, is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre. Want indien ik, hetgeen ik afgebroken heb, datzelve wederom opbouw, zo stel ik mijzelven tot een overtreder. Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft. Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.