Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Wisdom 13

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

For verily all men by nature were but vain who had no perception of God, And from the good things that are seen they gained not power to know him that is, Neither by giving heed to the works did they recognize the architect; But either fire, or wind, or swift air, Or circling stars, or raging water, or luminaries of heaven, They thought to be gods that rule the world. And if it was through delight in their beauty that they took them to be gods, Let them know how much better than these is their Sovereign Lord; For the first author of beauty created them: But if it was through astonishment at their power and influence, Let them understand from them how much more powerful is he that formed them; For from the greatness of the beauty even of created things In like proportion does man form the image of their first maker. But yet for these men there is but small blame, For they too perhaps do but go astray While they are seeking God and desiring to find him. For living among his works they make diligent search, And they yield themselves up to sight, because the things that they look upon are beautiful. But again even they are not to be excused. For if they had power to know so much, That they should be able to explore the course of things, How is it that they did not sooner find the Sovereign Lord of these his works? But miserable were they, and in dead things were their hopes, Who called them gods which are works of men’s hands, Gold and silver, wrought with careful are, and likenesses of animals, Or a useless stone, the work of an ancient hand. Yes and if some woodcutter, having sawn down a tree that is easily moved, Skilfully strippeth away all its bark, And fashioning it in comely form makes a vessel useful for the service of life; And burning the refuse of his handywork to dress his food, eats his fill; And taking the very refuse thereof which served to no use, A crooked piece of wood and full of knots, Carveth it with the diligence of his idleness, And shapeth it by the skill of his indolence; Then he gives it the semblance of the image of a man, Or makes it like some paltry animal, Smearing it with red, and with paint colouring it red, And smearing over every stain that is therein; And having made for it a chamber worthy of it, He sets it in a wall, making it fast with iron. While then he takes thought for it that it may not fall down, Knowing that it is unable to help itself; (For verily it is an image, and has need of help;) When he makes his prayer concerning goods and his marriage and children, He is not ashamed to speak to that which has no life; Yes for health he calls upon that which is weak, And for life he implores that which is dead, And for aid he supplicateth that which has least experience. And for a good journey that which can’t so much as move a step, And for gaining and getting and good success of his hands He asks ability of that which with its hands is most unable.

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 6

En het geschiedde op den tweeden eersten sabbat, dat Hij door het gezaaide ging; en Zijn discipelen plukten aren, en aten ze, die wrijvende met de handen. En sommigen der Farizeen zeiden tot hen: Waarom doet gij, wat niet geoorloofd is te doen op de sabbatten? En Jezus, hun antwoordende, zeide: Hebt gij ook dat niet gelezen, hetwelk David deed, wanneer hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, en de toonbroden genomen en gegeten heeft, en ook gegeven dengenen, die met hem waren, welke niet zijn geoorloofd te eten, dan alleen den priesteren. En Hij zeide tot hen: De Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat. En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor. En de Schriftgeleerden en de Farizeen namen Hem waar, of Hij op den sabbat genezen zou; opdat zij enige beschuldiging tegen Hem mochten vinden. Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond overeind. Zo zeide dan Jezus tot hen: Ik zal u vragen: Wat is geoorloofd op de sabbatten, goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te verderven? En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere. En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden. En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God. En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde: Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus; Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes; Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is. En met hen afgekomen zijnde, stond Hij op een vlakke plaats, en met Hem de schare Zijner discipelen, en een grote menigte des volks van geheel Judea en Jeruzalem, en van den zeekant van Tyrus en Sidon; Die gekomen waren, om Hem te horen, en om van hun ziekten genezen te worden, en die van onreine geesten gekweld waren; en zij werden genezen. En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen. En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods. Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen. Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil. Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten. Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg. Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen. Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten. Maar Ik zeg ulieden, die dit hoort: Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten. Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen. Dengene, die u aan de wang slaat, biedt ook de andere; en dengene, die u den mantel neemt, verhindert ook den rok niet te nemen. Maar geeft een iegelijk, die van u begeert; en van dengene, die het uwe neemt, eist niet weder. En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks. En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben. En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde. En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen. Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen. Weest dan barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is. En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden. En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen? De discipel is niet boven zijn meester; maar een iegelijk volmaakt discipel zal zijn gelijk zijn meester. En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet? Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is. Want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt, en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt; Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen. De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond. En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg? Een iegelijk, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en dezelve doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is. Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond. Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk een mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament; tegen hetwelk de waterstroom aansloeg, en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot.

Avondgebed — eerste lezing

Wisdom 14

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Again, one preparing to sail, and about to journey over raging waves, Calleth upon a piece of wood more rotten than the vessel that carries him; For that vessel the hunger for gains devised, And a craftsman, even wisdom, built it; And your providence, O Father, guideth it along, Because even in the sea you gave a way, And in the waves a sure path, Shewing that you can save out of every danger, That so even without are a man may put to sea; And it is your will that the works of your wisdom should be not idle; Therefore also do men intrust their lives to a little piece of wood,, And passing through the surge on a raft are brought safe to land. For in the old time also, when proud giants were perishing, The hope of the world, taking refuge on a raft, Left to the race of men a seed of generations to come, Your hand guiding the helm. For blessed has been wood through which comes righteousness: But the idol made with hands is accursed, itself and he that made it; Because his was the working, and the corruptible thing was named a god: For both the ungodly doer and his ungodliness are alike hateful to God; For verily the deed will be punished together with him that committed it. Therefore also among the idols of the nations will there be a visitation, Because, though formed of things which God created, they were made an abomination, And stumbling blocks to the souls of men, And a snare to the feet of the foolish. For the devising of idols was the beginning of fornication, And the invention of them the corruption of life: For neither were they from the beginning, neither will they be forever; For by the vaingloriousness of men they entered into the world, And therefore was a speedy end devised for them. For a father worn with untimely grief, Making an image of the child quickly taken away, Now honored him as a god which was then a dead man, And delivered to those that were under him mysteries and solemn rites. Afterward the ungodly custom, in process of time grown strong, was kept as a law, And by the commandments of princes the graven images received worship. And when men could not honor them in presence because they lived far off, Imagining the likeness from afar, They made a visible image of the king whom they honored, That by their zeal they might flatter the absent as if present. But to a yet higher pitch was worship raised even by those who knew him not, Urged forward by the ambition of the architect: For he, wishing perhaps to please one in authority, Used his are to force the likeness toward a greater beauty; And the multitude, allured by reason of the grace of his handywork, Now accounted as an object of devotion him that a little before was honored as a man. And this became a hidden danger to life, Because men, in bondage either to calamity or to tyranny, Invested stones and stocks with the incommunicable Name. Afterward it was not enough for them to go astray as touching the knowledge of God; But also, while they live in sore conflict through ignorance of him. That multitude of evils they call peace. For either slaughtering children in solemn rites, or celebrating secret mysteries, Or holding frantic revels of strange ordinances, No longer do they guard either life or purity of marriage, But one brings upon another either death by treachery, or anguish by adulterate offspring. And all things confusedly are filled with blood and murder, theft and deceit, Corruption, faithlessness, tumult, perjury, turmoil, Ingratitude for benefits received, Defiling of souls, confusion of sex, Disorder in marriage, adultery and wantonness. For the worship of those nameless idols Is a beginning and cause and end of every evil. For their worshippers either make merry to madness, or prophesy lies, Or live unrighteously, or lightly forswear themselves. For putting their trust in lifeless idols, When they have sworn a wicked oath, they expect not to suffer harm. But for both sins will the just doom pursue them, Because they had evil thoughts of God by giving heed to idols, And swore unrighteously in deceit through contempt for holiness. For it is not the power of them by whom men swear, But it is that Justice which has regard to those who sin, That visiteth always the transgression of the unrighteous.

Avondgebed — tweede lezing

Galaten 6

Broeders, indien ook een mens vervallen ware door enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt den zodanige te recht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt. Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus. Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelven in zijn gemoed. Maar een iegelijk beproeve zijn eigen werk; en alsdan zal hij aan zichzelven alleen roem hebben, en niet aan een anderen. Want een iegelijk zal zijn eigen pak dragen. En die onderwezen wordt in het Woord, dele mede van alle goederen dengene, die hem onderwijst. Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien. Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen. Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs. Ziet, hoe groten brief ik u geschreven heb met mijn hand. Al degenen, die een schoon gelaat willen tonen naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden, alleenlijk opdat zij vanwege het kruis van Christus niet zouden vervolgd worden. Want ook zijzelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden. Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld. Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel. En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israel Gods. Voorts, niemand doe mij moeite aan; want ik draag de littekenen van den Heere Jezus in mijn lichaam. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.