Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Sirach 10

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

A wise judge will instruct his people; And the government of a man of understanding will be well ordered. As is the judge of his people, so are his ministers; And as is the ruler of the city, such are all those who dwell therein. An uninstructed king will destroy his people; And a city will be established through the understanding of the powerful. In the hand of the Lord is the authority of the earth; And in due time he will raise up over it one that is profitable. In the hand of the Lord is the prosperity of a man; And upon the person of the scribe will he lay his honor. Be not angry with your neighbor for every wrong; And do nothing by works of violence. Pride is hateful before the Lord and before men; And in the judgement of both will unrighteousness err. Sovereignty is transferred from nation to nation, Because of iniquities, and deeds of violence, and greed of money. Why is earth and ashes proud? Because in his life he has cast away his bowels. It is a long disease; the physician mocketh: And he is a king today, and tomorrow he will die. For when a man is dead, He will inherit creeping things, and beasts, and worms. It is the beginning of pride when a man departs from the Lord; And his heart is departed from him that made him. For the beginning of pride is sin; And he that keeps it will pour forth abomination. For this cause the Lord brought upon them strange calamities, And overthrew them utterly. The Lord cast down the thrones of rulers, And set the meek in their stead. The Lord plucked up the roots of nations, And planted the lowly in their stead. The Lord overthrew the lands of nations, And destroyed them to the foundations of the earth. He took some of them away, and destroyed them, And made their memorial to cease from the earth. Pride has not been created for men, Nor wrathful anger for the offspring of women. What manner of seed has honor? the seed of man. What manner of seed has honor? those who fear the Lord. What manner of seed has no honor? the seed of man. What manner of seed has no honor? those who transgress the commandments. In the midst of kindred he that rules them has honor; And in the eyes of the Lord those who fear him. The rich man, and the honorable, and the poor, Their glorying is the fear of the Lord. It is not right to dishonor a poor man that has understanding; And it is not fitting to glorify a man that is a sinner. The great man, and the judge, and the mighty man, will be glorified; And there is not one of them greater than he that fears the Lord. Free men will minister to a wise servant; And a man that has knowledge will not murmur thereat. Be not over wise in doing your work; And glorify not yourself in the time of your distress. Better is he that labores, and abounds in all things, Than he that glorifieth himself, and lacketh bread. My son, glorify your soul in meekness, And give it honor according to the worthiness thereof. Who will justify him that sins against his own soul? And who will glorify him that dishonors his own life? A poor man is glorified for his knowledge; And a rich man is glorified for his riches. But he that is glorified in poverty, how much more in riches? And he that is inglorious in riches, how much more in poverty?

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 15

En al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen. En de Farizeen en de Schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen. En Hij sprak tot hen deze gelijkenis, zeggende: Wat mens onder u, hebbende honderd schapen; en een van die verliezende, verlaat niet de negen en negentig in de woestijn, en gaat naar het verlorene, totdat hij hetzelve vinde? En als hij het gevonden heeft, legt hij het op zijn schouders, verblijd zijnde. En te huis komende, roept hij de vrienden en de geburen samen, zeggende tot hen: Weest blijde met mij; want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben. Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij een penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt? En als zij dien gevonden heeft, roept zij de vriendinnen en de geburinnen samen, zeggende: Weest blijde met mij; want ik heb den penning gevonden, dien ik verloren had. Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert. En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed. En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk. En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden. En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden. En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien. En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger! Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u; En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen. En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem. En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden. Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten; En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn. Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn. En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei, En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn. En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft. Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem. Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn. Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht. En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe. Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.

Avondgebed — eerste lezing

Sirach 11

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

The wisdom of the lowly will lift up his head, And make him to sit in the midst of great men. Commend not a man for his beauty; And abhor not a man for his outward appearance. The bee is little among such as fly; And her fruit is the chief of sweetmeats. Glory not in the putting on of raiment, And exalt not yourself in the day of honor; For the works of the Lord are wonderful, And his works are hidden among men. Many kings have sat down upon the ground; And one that was never thought of has worn a diadem. Many mighty men have been greatly disgraced; And men of renown have been delivered into other men’s hands. Blame not before you have examined: Understand first, and then rebuke. Answer not before you have heard; And interrupt not in the midst of speech. Strive not in a matter that concerns you not; And where sinners judge, sit not you with them. My son, be not busy about many matters: For if you meddle much, you will not be unpunished; And if you pursue, you will not overtake; And you will not escape by fleeing. There is one that toileth, and labores, and makes haste, And is so much the more behind. There is one that is sluggish, and has need of help, Lacking in strength, and that abounds in poverty; And the eyes of the Lord looked upon him for good, And he set him up from his low estate, And lifted up his head; And many marveled at him. Good things and evil, life and death, Poverty and riches, are from the Lord. The gift of the Lord remains with the godly, And his good pleasure will prosper forever. There is that waxes rich by his wariness and pinching, And this is the portion of his reward: When he says, I have found rest, And now will I eat of my goods; Yet he knows not what time will pass, And he will leave them to others, and die. Be stedfast in your covenant, and be conversant therein, And wax old in your work. Marvel not at the works of a sinner; But trust the Lord, and abide in your labor: For it is an easy thing in the sight of the Lord swiftly on the sudden to make a poor man rich. The blessing of the Lord is in the reward of the godly; And in an hour that comes swiftly he makes his blessing to flourish. Say not, What use is there of me? And what from henceforth will my good things be? Say not, I have sufficient, And from henceforth what harm will happen to me? In the day of good things there is a forgetfulness of evil things; And in the day of evil things a man will not remember things that are good. For it is an easy thing in the sight of the Lord To reward a man in the day of death according to his ways. The affliction of an hour causes forgetfulness of delight; And in the last end of a man is the revelation of his deeds. Call no man blessed before his death; And a man will be known in his children. Bring not every man into your house; For many are the plots of the deceitful man. As a decoy partridge in a cage, so is the heart of a proud man; And as one that is a spy, he looks upon your falling. For he lies in wait to turn things that are good into evil; And in things that are praiseworthy he will lay blame. From a spark of fire a heap of many coals is kindled; And a sinful man lies in wait for blood. Take heed of an evil-doer, for he contriveth wicked things; Lest haply he bring upon you blame forever. Receive a stranger into your house, and he will distract you with brawls, And estrange you from your own.

Avondgebed — tweede lezing

Filippenzen 3

Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker. Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding. Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen. Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer; Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer; Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk. Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht. Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen. En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus. Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. Doch, daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen. Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt. Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn; Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken. Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.