Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Wisdom 4

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Better than this is childishness with virtue; For in the memory of virtue is immortality: Because it is recognized both before God and before men. When it is present, men imitate it; And they long after it when it is departed: And throughout all time it marcheth crowned in triumph, Victorious in the strife for the prizes that are undefiled. But the multiplying brood of the ungodly will be of no profit, And with bastard slips they will not strike deep root, Nor will they establish a sure hold. For even if these put forth boughs and flourish for a season, q1 Yet, standing unsure, they will be shaken by the wind, And by the violence of winds they will be rooted out. Their branches will be broken off before they come to maturity, and their fruit will be useless, Never ripe to eat, and fit for nothing. For children unlawfully begotten are witnesses of wickedness Against parents when God searcheth them out. But a righteous man, though he die before his time, will be at rest. (For honorable old age is not that which stands in length of time, Nor is its measure given by number of years: But understanding is gray hairs to men, And an unspotted life is ripe old age.) Being found well-pleasing to God he was beloved of him, And while living among sinners he was translated: He was caught away, lest wickedness should change his understanding, Or guile deceive his soul. (For the bewitching of naughtiness bedimmeth the things which are good, And the giddy whirl of desire perverteth an innocent mind.) Being made perfect in a little while, he fulfilled long years; For his soul was pleasing to the Lord: Therefore hurried he out of the midst of wickedness. But as for the peoples, seeing and understanding not, Neither laying this to heart, That grace and mercy are with his chosen, And that he visiteth his holy ones:— But a righteous man that is dead will condemn the ungodly that are living, And youth that is quickly perfected the many years of an unrighteous man’s old age; For the ungodly will see a wise man’s end, And will not understand what the Lord purposed concerning him, And for what he safely kept him:— They will see, and they will despise; But them the Lord will laugh to scorn. And after this they will become a dishonored carcase, And a reproach among the dead forever: Because he will dash them speechless to the ground, And will shake them from the foundations, And they will lie utterly waste, and they will be in anguish, And their memory will perish. They will come, when their sins are reckoned up, with coward fear; And their lawless deeds will convict them to their face.

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 1:39-80

En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda; En kwam in het huis van Zacharias, en groette Elizabet. En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest; En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks! En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt? Want zie, als de stem uwer groetenis in mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeken van vreugde op in mijn buik. En zalig is zij, die geloofd heeft; want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden. En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere; En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker; Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten. Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn Naam. En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vrezen. Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm; Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten. Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Israel, Zijn knecht, opgenomen, opdat Hij gedachtig ware der barmhartigheid. (Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, namelijk tot Abraham, en zijn zaad) in eeuwigheid. En Maria bleef bij haar omtrent drie maanden, en keerde weder tot haar huis. En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon. En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en waren met haar verblijd. En het geschiedde, dat zij op den achtsten dag kwamen, om het kindeken te besnijden, en noemden het Zacharias, naar den naam zijns vaders. En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet alzo, maar hij zal Johannes heten. En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt. En zij wenkten zijn vader, hoe hij wilde, dat hij genaamd zou worden. En als hij een schrijftafeltje geeist had, schreef hij, zeggende: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen. En terstond werd zijn mond geopend, en zijn tong losgemaakt; en hij sprak, God lovende. En er kwam vrees over allen, die rondom hen woonden; en in het gehele gebergte van Judea werd veel gesproken van al deze dingen. En allen, die het hoorden, namen het ter harte, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? En de hand des Heeren was met hem. En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met den Heiligen Geest, en profeteerde, zeggende: Geloofd zij de Heere, de God Israels, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke; En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht; Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige profeten, die van het begin der wereld geweest zijn; Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van de hand al dergenen, die ons haten; Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond; En aan den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft, om ons te geven, Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze. In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens. En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan, om Zijn wegen te bereiden; Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden. Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte; Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes. En het kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en was in de woestijnen, tot den dag zijner vertoning aan Israel.

Avondgebed — eerste lezing

Wisdom 5

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

Then shall the righteous man stand in great boldness Before the face of those who afflicted him, And those who make his labors of no account. When they see it, they will be troubled with terrible fear, And will be amazed at the marvel of God’s salvation. They will say within themselves repenting, And for distress of spirit will they groan, This was he whom aforetime we had in derision, And made a parable of reproach: We fools accounted his life madness, And his end without honor: How was he counted among sons of God? And how is his lot among saints? Verily we went astray from the way of truth, And the light of righteousness shined not for us, And the sun rose not for us. We took our fill of the paths of lawlessness and destruction, And we journeyed through trackless deserts, But the way of the Lord we knew not. What did our arrogancy profit us? And what good have riches and vaunting brought us? Those things all passed away as a shadow, And as a message that runs by: As a ship passing through the billowy water, Whereof, when it is gone by, there is no trace to be found, Neither pathway of its keel in the billows: Or as when a bird flieth through the air, No token of her passage is found, But the light wind, lashed with the stroke of her pinions, And tore asunder with the violent rush of the moving wings, is passed through, And afterwards no sign of her coming is found therein: Or as when an arrow is shot at a mark, The air disparted closeth up again immediately, So that men know not where it passed through: So we also, as soon as we were born, ceased to be; And of virtue we had no sign to show, But in our wickedness we were utterly consumed. Because the hope of the ungodly man is as chaff carried by the wind, And as foam vanishing before a tempest; And is scattered as smoke is scattered by the wind, And passes by as the remembrance of a guest that waits but a day. But the righteous live forever, And in the Lord is their reward, And the care for them with the Most High. Therefore will they receive the crown of royal dignity And the diadem of beauty from the Lord’s hand; Because with his right hand will he cover them, And with his arm will he shield them. He will take his jealousy as complete armor, And will make the whole creation his weapons for vengeance on his enemies: He will put on righteousness as a breastplate, And will array himself with judgement unfeigned as with a helmet; He will take holiness as an invincible shield, And he will sharpen stern wrath for a sword: And the world will go forth with him to fight against his insensate foes. Shafts of lightning will fly with true aim, And from the clouds, as from a well drawn bow, will they leap to the mark. And as from an engine of war will be hurled hailstones full of wrath; The water of the sea will be angered against them, And rivers will sternly overwhelm them; A mighty blast will encounter them, And as a tempest will it winnow them away: And so will lawlessness make all the land desolate, And their evil-doing will overturn the thrones of princes.

Avondgebed — tweede lezing

Galaten 1

Paulus, een apostel,, geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God den Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft), En al de broeders, die met mij zijn, aan de Gemeenten van Galatie: Genade zij u en vrede van God den Vader, en onzen Heere Jezus Christus; Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie; Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren. Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt. Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus. Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus. Want gij hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve verwoestte; En dat ik in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen. Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed; En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus. Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen. En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren. Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg! Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrie en van Cilicie. En ik was van aangezicht onbekend aan de Gemeenten in Judea, die in Christus zijn. Maar zij hadden alleenlijk gehoord, dat men zeide: Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte. En zij verheerlijkten God in mij.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.