Bosko

Lezingen van de dag

De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.

Ochtendgebed — eerste lezing

Sirach 29

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

He that shows mercy will lend to his neighbor; And he that strengthens him with his hand keeps the commandments. Lend to your neighbor in time of his need; And pay you your neighbor again in due season. Confirm your word, and keep faith with him; And at all seasons you shall find what you need. Many have reckoned a loan as a windfall, And have given trouble to those that helped them. Till he has received, he will kiss a man’s hands; And for his neighbor’s money he will speak submissly: And when payment is due, he will prolong the time, And return words of heaviness, and complain of the times. If he prevail, he shall hardly receive the half; And he will count it as a windfall: If not, he has deprived him of his money, And he has gotten him for an enemy without cause: He will pay him with cursings and railings; And for honor he will pay him disgrace. Many on account of men’s ill-dealing have turned away; They have feared to be defrauded for nothing. Howbeit with a man in poor estate be longsuffering; And let him not wait for your alms. Help a poor man for the commandment’s sake; And according to his need send him not empty away. Lose your money for a brother and a friend; And let it not rust under the stone to be lost. Bestow your treasure according to the commandments of the Most High; And it shall profit you more than gold. Shut up alms in your store-chambers; And it shall deliver you out of all affliction: It shall fight for you against your enemy Better than a mighty shield and a ponderous spear. A good man will be surety for his neighbor; And he that has lost shame will fail him. Forget not the good offices of your surety; For he has given his life for you. A sinner will overthrow the good estate of his surety; And he that is of an unthankful mind will fail him that delivered him. Suretiship has undone many that were prospering, And shaken them as a wave of the sea: Mighty men has it driven from their homes; And they wandered among strange nations. A sinner that falls into suretiship, And undertakes contracts for work, shall fall into lawsuits. Help your neighbor according to your power, And take heed to yourself that you fall not to the same. The chief thing for life is water, and bread, And a garment, and a house to cover shame. Better is the life of a poor man under a shelter of logs, Than sumptuous fare in another man’s house. With little or with much, be well satisfied. It is a miserable life to go from house to house: And where you are a sojourner, you shall not dare to open your mouth. You shall entertain, and give to drink, and have no thanks: And besides this you shall hear bitter words. Come hither, you sojourner, furnish a table, And if you have anything in your hand, feed me with it. Go forth, you sojourner, from the face of honor; My brother is come to be my guest; I have need of my house. These things are grievous to a man of understanding; The upbraiding of house-room, and the reproaching of the money-lender.

Ochtendgebed — tweede lezing

Lucas 24

En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar. En zij vonden den steen afgewenteld van het graf. En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet. En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen. En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was, Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan. En zij werden indachtig Zijner woorden. En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen. En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden. En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet. Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was. En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadien van Jeruzalem was, welks naam was Emmaus; En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren. En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging. En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden. En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig? En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die dezer dagen daarin geschied zijn? En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk. En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben. En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israel verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn. Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn; En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft. En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet. En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben! Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was. En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou. En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven. En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun. En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht. En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende? En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren; Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien. En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods. En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden! En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen. En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten? Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb. En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten? En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten. En Hij nam het, en at het voor hun ogen. En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen. Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden. En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage. En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. En gij zijt getuigen van deze dingen. En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte. En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen. En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel. En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap. En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

Avondgebed — eerste lezing

Sirach 30

Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.

He that loves his son will continue to lay stripes upon him, That he may have joy of him in the end. He that chastises his son shall have profit of him, And shall glory of him among his acquaintance. He that teaches his son shall provoke his enemy to jealousy; And before friends he shall rejoice of him. His father dieth, and is as though he had not died; For he has left one behind him like himself. In his life, he saw and rejoiced in him; And when he died, he sorrowed not: He left behind him an avenger against his enemies, And one to requite kindness to his friends. He that makes too much of his son shall bind up his wounds; And his heart will be troubled at every cry. An unbroken horse becomes stubborn; And a son left at large becomes headstrong. Cocker your child, and he shall make you afraid: Play with him, and he will grieve you. Laugh not with him, lest you have sorrow with him; And you shall gnash your teeth in the end. Give him no liberty in his youth, And wink not at his follies. Bow down his neck in his youth, And beat him on the sides while he is a child, Lest he wax stubborn, and be disobedient to you; And there shall be sorrow to your soul. Chastise your son, and take pains with him, Lest his shameless behavior be an offence to you. Better is a poor man, being sound and strong of constitution, Than a rich man that is plagued in his body. Health and a good constitution are better than all gold; And a strong body than wealth without measure. There is no riches better than health of body; And there is no gladness above the joy of the heart. Death is better than a bitter life, And eternal rest than a continual sickness. Good things poured out upon a mouth that is closed Are as messes of meat laid upon a grave. What does an offering profit an idol? For neither shall it eat nor smell: So is he that is afflicted of the Lord, Seeing with his eyes and groaning, As an eunuch embracing a virgin and groaning. Give not over your soul to sorrow; And afflict not yourself in your own counsel. Gladness of heart is the life of a man; And the joyfulness of a man is length of days. Love your own soul, and comfort your heart: And remove sorrow far from you; For sorrow has destroyed many, And there is no profit therein. Envy and wrath shorten a man’s days; And care brings old age before the time. A cheerful and good heart Will have a care of his meat and diet.

Avondgebed — tweede lezing

1 Tessalonicenzen 4

Voorts dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt. Want gij weet, wat bevelen wij u gegeven hebben door den Heere Jezus. Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij; Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer; Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen. Dat niemand zijn broeder vertrede, noch bedriege in zijn handeling; want de Heere is een wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben. Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking. Zo dan die dit verwerpt, die verwerpt geen mens, maar God, Die ook Zijn Heiligen Geest in ons heeft gegeven. Van de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node, dat ik u schrijve; want gijzelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben. Want gij doet ook hetzelfde aan al de broederen, die in geheel Macedonie zijn. Maar wij vermanen u, broeders, dat gij meer overvloedig wordt; En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben; Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt. Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.

De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)

Lezingen van de dag, elke ochtend

In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.