Lezingen van de dag
De Bijbellezingen die voor de dag zijn vastgesteld, met de volledige tekst in uw eigen taal. Volg elke ochtend de dagelijkse lezingen van uw traditie in de Bosko-app.
Ochtendgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
And after him rose up Nathan To prophesy in the days of David. As is the fat when it is separated from the peace offering, So was David separated from the children of Israel. He played with lions as with kids, And with bears as with lambs of the flock. In his youth did he not kill a giant, And take away reproach from the people, When he lifted up his hand with a sling stone, And beat down the boasting of Goliath? For he called upon the Most High Lord; And he gave him strength in his right hand, To kill a man mighty in war, To exalt the horn of his people. So they glorified him for his ten thousands, And praised him for the blessings of the Lord, In that there was given him a diadem of glory. For he destroyed the enemies on every side, And brought to nothing the Philistines his adversaries, Brake their horn in pieces to this day. In every work of his he gave thanks to the Holy One Most High with words of glory; With his whole heart he sang praise, And loved him that made him. Also he set singers before the altar, And to make sweet melody by their music. He gave comeliness to the feasts, And set in order the seasons to perfection, While they praised his holy name, And the sanctuary sounded from early morning. The Lord took away his sins, And exalted his horn forever; And gave him a covenant of kings, And a throne of glory in Israel. After him rose up a son, a man of understanding; And for his sake he lived at large. Solomon reigned in days of peace; And to him God gave rest round about, That he might set up a house for his name, And prepare a sanctuary forever. How wise was you made in your youth, And filled as a river with understanding! Your soul covered the earth, And you filled it with dark parables. Your name reached to the aisles afar off; And for your peace you were beloved. For your songs and proverbs and parables, And for your interpretations, the countries marveled at you. By the name of the Lord God, Which is called the God of Israel, You did gather gold as tin, And did multiply silver as lead. You did bow your loins to women, And in your body you were brought into subjection. You did blemish your honor, And profane your seed, To bring wrath upon your children; And I was grieved for your folly: So that the sovereignty was divided, And out of Ephraim ruled a disobedient kingdom. But the Lord will never forsake his mercy; And he will not destroy any of his works, Nor blot out the posterity of his elect; And the seed of him that loved him he will not take away; And he gave a remnant to Jacob, And to David a root out of him. And so rested Solomon with his fathers; And of his seed he left behind him Rehoboam, Even the foolishness of the people, and one that lacked understanding, Who made the people to revolt by his counsel. Also Jeroboam the son of Nebat, Who made Israel to sin, And gave to Ephraim a way of sin. And their sins were multiplied exceedingly, To remove them from their land. For they sought out all manner of wickedness, Till vengeance should come upon them.
Ochtendgebed — tweede lezing
En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af. En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden. Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld. Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden; En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende. De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde? Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het. Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend? Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende. Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet. Zij brachten hem tot de Farizeen, hem namelijk, die te voren blind geweest was. En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende. De Farizeen dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie. Sommigen dan uit de Farizeen zeiden: Deze Mens is van God niet, want Hij houdt den sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een mens, die een zondaar is, zulke tekenen doen? En er was tweedracht onder hen. Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet. De Joden dan geloofden van hem niet, dat hij blind geweest was, en ziende was geworden, totdat zij geroepen hadden de ouders desgenen, die ziende geworden was. En zij vraagden hun, zeggende: Is deze uw zoon, welken gij zegt, dat blind geboren is? Hoe ziet hij dan nu? Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is; Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken. Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden. Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven. Zij dan riepen voor de tweede maal den mens, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef God de eer; wij weten, dat deze Mens een zondaar is. Hij dan antwoordde en zeide: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie. En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend? Hij antwoordde hun: Ik heb het u alrede gezegd, en gij hebt het niet gehoord; wat wilt gij het wederom horen? Wilt gijlieden ook Zijn discipelen worden? Zij gaven hem dan scheldwoorden, en zeiden: Gij zijt Zijn discipel; maar wij zijn discipelen van Mozes. Wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft; maar Dezen weten wij niet, van waar Hij is. De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend. En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij. Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft. Indien Deze van God niet ware, Hij zou niets kunnen doen. Zij antwoordden, en zeiden tot hem: Gij zijt geheel in zonden geboren, en leert gij ons? En zij wierpen hem uit. Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God? Hij antwoordde en zeide: Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven? En Jezus zeide tot Hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het. En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem. En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden. En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind? Jezus zeide tot hen: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde.
Avondgebed — eerste lezing
Van dit boek bestaat in uw taal geen uitgave in het publieke domein, en daarom wordt deze passage in het Engels weergegeven.
Also there arose Elijah the prophet as fire, And his word burned like a torch: Who brought a famine upon them, And by his zeal made them few in number. By the word of the Lord he shut up the heaven: Thrice did he thus bring down fire. How was you glorified, O Elijah, in your wondrous deeds! And who shall glory like to you? Who did raise up a dead man from death, And from the place of the dead, by the word of the Most High: Who brought down kings to destruction, And honorable men from their bed: Who heard rebuke in Sinai, And judgements of vengeance in Horeb: Who anointed kings for retribution, And prophets to succeed after him: Who was taken up in a tempest of fire, In a chariot of fiery horses: Who was recorded for reproofs in their seasons, To pacify anger, before it brake forth into wrath; To turn the heart of the father to the son, And to restore the tribes of Jacob. Blessed are those who saw you, And those who have been beautified with love; For we also shall surely live. Elijah it was, who was wrapped in a tempest: And Elisha was filled with his spirit; And in all his days he was not moved by the fear of any ruler, And no one brought him into subjection. Nothing was too high for him; And when he was laid on sleep his body prophesied. As in his life he did wonders, So in death were his works marvelous. For all this the people repented not, And they departed not from their sins, Till they were carried away as a plunder from their land, And were scattered through all the earth; And the people was left very few in number, And a ruler was left in the house of David. Some of them did that which was pleasing to God, And some multiplied sins. Hezekiah fortified his city, And brought in water into the midst of them: He digged the sheer rock with iron, And built up wells for waters. In his days Sennacherib came up, And sent Rabshakeh, and departed; And he lifted up his hand against Sion, And boasted great things in his arrogancy. Then were their hearts and their hands shaken, And they were in pain, as women in travail; And they called upon the Lord which is merciful, Spreading forth their hands to him: And the Holy One heard them speedily out of Heaven, And delivered them by the hand of Isaiah. He struck the camp of the Assyrians, And his angel utterly destroyed them. For Hezekiah did that which was pleasing to the Lord, And was strong in the ways of David his father, Which Isaiah the prophet commanded, Who was great and faithful in his vision. In his days the sun went backward; And he added life to the king. He saw by an excellent spirit what should come to pass at the last; And he comforted those who mourned in Sion. He showed the things that should be to the end of time, And the hidden things or ever they came.
Avondgebed — tweede lezing
De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde. En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn. Leer en vermaan deze dingen. Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is, Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent twist vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade nadenkingen. Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken. Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen. Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn. Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang. Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken. Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid. Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen. Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus; Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren; Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen. Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten; Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededelende zijn, en gemeenzaam; Leggende zichzelven weg tot een schat een goed fondament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen. O Timotheus, bewaar het pand u toebetrouwd, een afkeer hebbende van het ongoddelijk ijdel-roepen, en van de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap; Dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof afgeweken. De genade zij met u. Amen.
De lezingen volgen het Book of Common Prayer van 1662 (publiek domein). De tekst van de Schrift is publiek domein. (Statenvertaling)
Lezingen van de dag, elke ochtend
In Bosko staan de lezingen van de dag elke ochtend voor u klaar — vink elke lezing af als gelezen zodat u nooit uw plek verliest, lees ze in een van de 30 vertalingen en sta stil bij een korte overweging. De dagelijkse lezingen van uw traditie, bijgehouden en altijd binnen handbereik.

